Ga verder naar de inhoud

KC21/21-0035

Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK

De directeur kon er volgens de Klachtencommissie redelijkerwijs vanuit gaan dat klager inderdaad bepaalde ongepaste woorden heeft gebruikt, maar ging de grenzen van de redelijkheid te buiten door de feiten te kwalificeren als zijnde een “opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee”, nu een en ander duidelijk het gevolg is van een verhitte situatie tussen klager en het personeelslid. De situatie zoals omschreven in het RAD dient volgens de Klachtencommissie gekwalificeerd te worden als zijnde een inbreuk bepaald in artikel 130, 1° van de Basiswet, namelijk “het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden”.
Klager erkent de feiten van het draaien van een nummer dat hij op dat ogenblik niet mocht bellen, dit zowel ter tuchtrechtelijke hoorzitting als ter zitting van de Klachtencommissie. Deze feiten worden niet betwist en de kwalificatie als zijnde een inbreuk bepaald in artikel 130, 2° van de Basiswet, namelijk “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” is volgens de Klachtencommissie redelijk.
Afgezien van de verkeerde kwalificatie van de feiten inzake het ongepast woordgebruik door klager, die volgens de Klachtencommissie in alle redelijkheid bewezen konden worden geacht door de directie, kan de opgelegde sanctie van zeven dagen ATV voorwaardelijk ook na herkwalificatie overeind blijven.
De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt gedeeltelijk vernietigd voor wat betreft de foute kwalificatie. De andere kwalificatie komt in de plaats.