Ga verder naar de inhoud

KC20/26-0061

Non fondée KC - Mechelen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - MOTIVERING

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD . Ter tuchtzitting stelde klager dat de medicatie wel degelijk van hem is. Hij bekwam die van de dokter naar aanleiding van buikpijn. Ze zijn echter per vergissing voorgeschreven op naam van iemand waarmee klager in de wasserij werkt. De klachtencommissie stelt vast dat klager uiteindelijk niet werd gesanctioneerd voor de medicatie. Inzake de aangetroffen substantie zei klager dat hij die heeft gekregen op de wandeling. Hij kon niet slapen en wou dat eens proberen, maar is er niet toe gekomen. Hij zou die niet hebben gekocht, maar gewoon gekregen omdat hij nooit iets vraagt. In zijn klacht stelt klager dat het verslag van de hoorzitting niet klopt, met name dat de uitgetypte antwoorden op de beschuldigingen betreffende de substantie en hoe in het bezit niet kloppen. Klager geeft echter op geen enkele wijze aan wat er precies niet klopt en welk antwoord hij dan wél gegeven zou hebben. De klachtencommissie stelt vast dat de directeur klager ter tuchtzitting expliciet de vraag stelde of alles echt van hem was, omdat hij klager niet wou sanctioneren voor iets dat niet van hem was. Klager antwoordde dat het echt van hem was. De klachtencommissie meent dat klager het onvoldoende aannemelijk maakt dat het verslag van de tuchtzitting niet zou kloppen (te meer omdat hij niet aangeeft wat er dan wel gezegd zou zijn). Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte en aan klager toerekende.

De directie kwalificeerde de feiten als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg 20 dagen ATV. De klachtencommissie oordeelt dat de sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.