Ga verder naar de inhoud

KC20/26-0009

Non fondée KC - Mechelen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - SANCTIE

Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt duidelijk dat de gevangenisdirectie zich bij het bewezen verklaren van de feiten heeft gebaseerd op de vaststellingen in het RAD bij gebreke aan een uitleg van klager. De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijke vaststellingen bevat waaruit blijkt dat klager de beambte heeft geduwd en het bevel om in de cel te wachten, heeft genegeerd. Klager heeft de kans gekregen om zijn verhaal te doen bij de directie en desgevallend argumenten aan te halen waarom de vaststellingen in het rapport niet zouden kloppen maar hij heeft ervoor gekozen om niet te verschijnen op de zitting. De vraag in zijn klacht om de camerabeelden te consulteren heeft hij dus ook niet voorgelegd aan de directie. De klachtencommissie besluit dat de directie zich voor het bewijs van de feiten dan ook mocht steunen op het duidelijke RAD. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijftien dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De klachtencommissie besluit dat de tuchtsanctie wettig was en desondanks de staat van herhaling redelijk en billijk. Klager werd nog maar recent gesanctioneerd met vijftien dagen ATV, onder andere door een beambte fysiek te benaderen en zijn arm weg te duwen (KC20/26-0005). Klager lijkt dus geen schuldinzicht te hebben. Om deze redenen is de klacht ongegrond.