Ga verder naar de inhoud

KC20/25-0105

Non fondée KC - Mechelen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

Klager dient klacht in tegen de tuchtbeslissing.

De klachtencommissie stelt vooreerst vast dat uit de motivering van de tuchtbeslissing duidelijk blijkt dat klager enkel tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd voor de gevonden usb-stick. Wat betreft de simkaart, de stukken stof en het gemanipuleerde mes blijkt nergens uit de tuchtbeslissing dat klager hiervoor gesanctioneerd zou zijn.

Wat betreft de gevonden usb-stick meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt klager immers zelf dat ze inderdaad al drie weken een usb-stick op cel hadden, die ze na een poetsbeurt van hun cel gevonden hadden, maar niet wisten dat dit verboden was. De klachtencommissie is van oordeel dat klager had moeten weten dat het bezit van een usb-stick verboden is in de gevangenis, hetgeen ook duidelijk blijkt uit het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Mechelen. De klachtencommissie hecht geen geloofwaardigheid aan de verklaring van klager dat de beambten niets zouden hebben ondernomen wanneer klager hen attent zou gemaakt hebben op de usb-stick op hun cel. Indien klager de usb-stick zou hebben overhandigd aan een beambte, zou die, gelet op het gevaar ervan voor de penitentiaire inrichting, weldegelijk de usb-stick hebben afgenomen. De argumentatie van klager dat hij de beambten hierover reeds vroeger had aangesproken, maar niets ondernomen werd, is bijgevolg geen overtuigend element wat betreft de usb-stick. Voor de andere gevonden voorwerpen en de eerdere vraag van klager om een grondige celcontrole uit te voeren, verwijst de klachtencommissie naar het feit dat klager hiervoor niet tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd, zoals hierboven uitgelegd. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijftien dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig.