Ga verder naar de inhoud

KC20/25-0020

Non fondée KC - Mechelen Commission des plaintes Disciplinaire Fouille à corps
FOUILLE OP HET LICHAAM - TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Over de fouillering op het lichaam:
De klachtencommissie stelt vast dat op 23/02/2025 een RAD werd opgesteld naar aanleiding van deze feiten. Hieruit blijkt dat klager zich tijdens de wandeling heel verdacht gedroeg, constant zenuwachtig richting de toezichthoudende beambte keek en op zijn hukken ging zitten tegenover een medegedetineerde en iets uitwisselde. De beambte zag klager sigaretten geven en in ruil hiervoor een blaadje met een bruine substantie ontvangen.
De klacht is om deze reden niet gegrond.

Over de tuchtbeslissing:
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd op 24/02/2025 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” en “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”, twee tuchtinbreuken van de tweede categorie , en dit naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in de rapporten aan de directeur van 20/02/2025 en 23/02/2025.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat de twee rapporten aan de directeur duidelijk werden opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Uit de klacht en de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager verklaart dat hij niet wist dat hij niets mocht doorgeven, omdat hij geen huishoudelijk reglement zou hebben gehad. De klachtencommissie vroeg daarom op 09/04/2025 aan de directie per email om een stuk te bezorgen waaruit blijkt dat klager het huishoudelijk reglement zou hebben ontvangen bij zijn onthaalgesprek (zie ook het huishoudelijk reglement, Titel III, pagina 5). De directie bezorgde op 10/4/2025 het stuk waaruit blijkt dat klager heeft kennisgenomen van het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Mechelen. Dit werd door klager zelf ondertekend op 04/12/2024. De klachtencommissie besluit om deze redenen dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was.