Ga verder naar de inhoud

KC20/24-0044

Fondée KC - Mechelen Commission des plaintes Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING

De klachtencommissie merkt op dat de directie in de bestreden beslissing verwijst naar een eerdere tuchtbeslissing (daterend van negen dagen voor de bestreden naaktfouille) waarbij klager werd gesanctioneerd met vier dagen ATV voor het doorgeven van voorwerpen aan en/of van medegedetineerden door middel van ‘hengelen’. De directie meent dus dat dit incident uit het verleden wijst op een mogelijk gevaar dat klager zal trachten verboden voorwerpen in de gevangenis binnen te brengen of te verspreiden, en dat dit de ‘individuele aanwijzing’ uitmaakt die de naaktfouille verantwoordt.

De klachtencommissie aanvaardt dat een eerder tuchtfeit een aanwijzing kan zijn voor een fouillering op het lichaam, maar meent dat het in dit geval niet vaststaat dat klager hengelde naar verboden voorwerpen of substanties. De directie geeft in haar verweer namelijk zelf aan dat het onduidelijk is naar wat er werd gehengeld of wat er werd doorgegeven, en of dit al dan niet een verboden voorwerp of substantie betrof. De klachtencommissie meent dat er hierdoor in dit geval geen voldoende duidelijk verband bestaat tussen het aangehaalde tuchtfeit (hengelen) en het bezoek van klagers vader.

Om deze redenen is de klacht gegrond.