KC20/24-0039
Irrecevable
KC - Mechelen
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT
De klacht betreft de beslissing tot fouillering op het lichaam, de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel en de tuchtbeslissing van 27 mei 2024 van de directie van de gevangenis van Mechelen.
Klager is het niet eens met de beslissingen omdat ze onterecht zijn.
Cfr. artikel 150, §2 van de Basiswet dient in de klacht zo nauwkeurig mogelijk de beslissing(en) waarover geklaagd wordt, en de redenen van de klacht (eigen onderlijning) te vermelden.
Klager dient een klacht in tegen:
- een fouille op het lichaam van 27 mei 2024;
- een voorlopige maatregel van 27 mei 2024;
- een tuchtbeslissing van 27 mei 2024.
Klager is het niet eens met voornoemde beslissingen, die werden genomen in de gevangenis van Mechelen, omdat deze – aldus klager – onterecht zijn.
De klachtencommissie stelt vast dat klager hiermee evenwel niet de redenen van de klacht vermeldt, en zij oordeelt dat de klacht onvoldoende duidelijk is (obscuri libelli), en bijgevolg niet voldoet aan de krachtens artikel 150, §2 van de Basiswet voorgeschreven (vorm)voorwaarden.
De klacht is kennelijk niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.
De klacht betreft de beslissing tot fouillering op het lichaam, de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel en de tuchtbeslissing van 27 mei 2024 van de directie van de gevangenis van Mechelen.
Klager is het niet eens met de beslissingen omdat ze onterecht zijn.
Cfr. artikel 150, §2 van de Basiswet dient in de klacht zo nauwkeurig mogelijk de beslissing(en) waarover geklaagd wordt, en de redenen van de klacht (eigen onderlijning) te vermelden.
Klager dient een klacht in tegen:
- een fouille op het lichaam van 27 mei 2024;
- een voorlopige maatregel van 27 mei 2024;
- een tuchtbeslissing van 27 mei 2024.
Klager is het niet eens met voornoemde beslissingen, die werden genomen in de gevangenis van Mechelen, omdat deze – aldus klager – onterecht zijn.
De klachtencommissie stelt vast dat klager hiermee evenwel niet de redenen van de klacht vermeldt, en zij oordeelt dat de klacht onvoldoende duidelijk is (obscuri libelli), en bijgevolg niet voldoet aan de krachtens artikel 150, §2 van de Basiswet voorgeschreven (vorm)voorwaarden.
De klacht is kennelijk niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.