Ga verder naar de inhoud

KC20/23-0059

Non fondée KC - Mechelen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - RECHT VAN VERDEDIGING

Samengevat is klager van oordeel dat de vaststellingen van het personeel niet correct zijn en wou hij zijn wandeling uitlopen in plaats van naar de hoorzitting te gaan.

De rapporten aan de directeur (RAD) vormen voor de directie een belangrijke basis als bewijs voor een tuchtrechtelijke inbreuk. De directie mag in de motivering van haar beslissing verwijzen naar een  voldoende duidelijk opgesteld RAD. Zij mag op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie er redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij er overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen. De klachtencommissie heeft kennisgenomen van de drie rapporten (RAD) die door drie verschillende personeelsleden werden opgemaakt. De klachtencommissie besluit dat de directie de feiten in redelijkheid en billijkheid bewezen kon verklaren in hoofde van klager gelet op de duidelijke, nauwkeurige en coherente vaststellingen van verschillende personeelsleden.

Klager werd in kennis gesteld van de opstart van de tuchtprocedure en hij werd conform de Basiswet opgeroepen voor de tuchtrechtelijke hoorzitting. Volgens de kennisgeving weigerde klager de uitnodiging te ondertekenen. De tuchtrechtelijke hoorzitting werd verlaat naar het moment dat klager wandeling had. Klager beklaagt zich dat hij tijdens zijn wandeling werd opgeroepen maar klager was niet verplicht om te verschijnen op de hoorzitting. Volgens de Basiswet heeft klager een hoorrecht maar is hij niet verplicht om dit recht uit te oefenen. Hij heeft er echter voor gekozen om geen afstand te doen van zijn hoorrecht.

De klachtencommissie meent dat de feiten correct werden vertaald naar de weerhouden tuchtrechtelijke inbreuken. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie van tien dagen ATV wettig was. Gelet op de ernst van de feiten, is de klachtencommissie van oordeel dat de tuchtsanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. De klacht is ongegrond.