TUCHT - BEWIJS
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het RAD dat door een beambte werd opgemaakt. De klachtencommissie is van oordeel dat het rapport op een nauwkeurige en uitvoerige wijze de vaststellingen bevat. Bovendien vermeldt het rapport vier namen van beambten die getuige waren van de vaststellingen. Bij het lossen van de wandeling werd de cel van klager geopend om te controleren wie wou gaan wandelen. Klager stond volgens het rapport niet klaar voor de beweging van de wandeling waardoor hij niet meer mocht gaan wandelen omdat de collectieve beweging anders vertraging zou oplopen.
Het huishoudelijk reglement van de gevangenis stelt nochtans dat “de gedetineerde die wenst deel te nemen aan activiteiten (sport, wandeling, bezoek, …) tijdig klaar is voor de bewegingen.” Desondanks klager het huishoudelijk reglement niet had nageleefd, ging hij niet akkoord met de melding van de beambte, waarop hij op zijn celdeur begon te bonken. Aan klager werd verschillende keren gevraagd om hiermee te stoppen, hetgeen hij niet deed. Ook tijdens een gesprek met een beambte bleef klager eisen om alsnog te gaan wandelen. Toen aan klager duidelijk werd gemaakt dat dit niet ging gebeuren, eiste hij te worden overgebracht naar de beveiligde cel. Bij het openen van de celdeur teneinde klager over te brengen naar de beveiligde cel, stelde hij zich weerspannig op. Hij werd fysiek en verbaal agressief ten aanzien van het personeel. Bijgevolg werd hij onder dwang overgebracht. Eenmaal toegekomen in de beveiligde cel, begon klager koranverzen op te zeggen.
Tijdens de zitting ontkende klager. Hij zou wel klaar geweest zijn voor de wandeling. Hij moest enkel zijn t-shirt nog aandoen. Hij erkent wel te hebben gevloekt en te hebben geklopt op de deur. Het is het personeel die hem hardhandig heeft aangepakt zonder reden en niet omgekeerd.
Op basis van de gedeeltelijke bekentenis van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en de duidelijke vaststellingen van vijf personeelsleden, besluit de klachtencommissie dat de directie de feiten in redelijkheid en billijkheid bewezen kon verklaren in hoofde van klager. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het RAD dat door een beambte werd opgemaakt. De klachtencommissie is van oordeel dat het rapport op een nauwkeurige en uitvoerige wijze de vaststellingen bevat. Bovendien vermeldt het rapport vier namen van beambten die getuige waren van de vaststellingen. Bij het lossen van de wandeling werd de cel van klager geopend om te controleren wie wou gaan wandelen. Klager stond volgens het rapport niet klaar voor de beweging van de wandeling waardoor hij niet meer mocht gaan wandelen omdat de collectieve beweging anders vertraging zou oplopen.
Het huishoudelijk reglement van de gevangenis stelt nochtans dat “de gedetineerde die wenst deel te nemen aan activiteiten (sport, wandeling, bezoek, …) tijdig klaar is voor de bewegingen.” Desondanks klager het huishoudelijk reglement niet had nageleefd, ging hij niet akkoord met de melding van de beambte, waarop hij op zijn celdeur begon te bonken. Aan klager werd verschillende keren gevraagd om hiermee te stoppen, hetgeen hij niet deed. Ook tijdens een gesprek met een beambte bleef klager eisen om alsnog te gaan wandelen. Toen aan klager duidelijk werd gemaakt dat dit niet ging gebeuren, eiste hij te worden overgebracht naar de beveiligde cel. Bij het openen van de celdeur teneinde klager over te brengen naar de beveiligde cel, stelde hij zich weerspannig op. Hij werd fysiek en verbaal agressief ten aanzien van het personeel. Bijgevolg werd hij onder dwang overgebracht. Eenmaal toegekomen in de beveiligde cel, begon klager koranverzen op te zeggen.
Tijdens de zitting ontkende klager. Hij zou wel klaar geweest zijn voor de wandeling. Hij moest enkel zijn t-shirt nog aandoen. Hij erkent wel te hebben gevloekt en te hebben geklopt op de deur. Het is het personeel die hem hardhandig heeft aangepakt zonder reden en niet omgekeerd.
Op basis van de gedeeltelijke bekentenis van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en de duidelijke vaststellingen van vijf personeelsleden, besluit de klachtencommissie dat de directie de feiten in redelijkheid en billijkheid bewezen kon verklaren in hoofde van klager. De klacht is ongegrond.