Ga verder naar de inhoud

KC20/23-0022

Fondée KC - Mechelen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - VERBODEN SUBSTANTIES

Op basis van het RAD staat vast dat klager en zijn celgenoot een sigaret deelden, hetgeen klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting ook heeft toegegeven. Verkopen, ruilingen, leningen en schenkingen tussen gedetineerden zijn verboden volgens het huishoudelijk reglement. Bijgevolg weerhield de directie terecht een tuchtinbreuk van het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Van de gerookte substantie wordt echter in het RAD geen beschrijving gegeven en evenmin motiveert de directie waarom zij meent dat het een verboden substantie betreft. Een loutere veronderstelling dat hetgeen de betrokkenen rookten een verboden substantie was, is onvoldoende. De tuchtinbreuk van ‘bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’ kan bijgevolg niet weerhouden worden. De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties.