Ga verder naar de inhoud

KC20/23-0017

Fondée KC - Mechelen Commission des plaintes Disciplinaire
TAAL - TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - SANCTIE

Klager schreef zijn klacht in het Frans. De Basiswet vereist nochtans dat de klacht in het Nederlands wordt opgesteld wanneer klager een klacht indient in een Vlaamse gevangenis. Toch moet een zekere soepelheid aan de dag gelegd worden. Dit standpunt lijkt in overeenstemming met de geest van de wet, nu het de bedoeling was om een laagdrempelige klachtenprocedure te voorzien. Aangezien klager het volledige (Nederlandstalige) tuchtdossier bij zijn klacht heeft gevoegd, is het voor de klachtencommissie duidelijk tegen welke beslissing klager zich richtte in zijn beklag. De klacht is ontvankelijk.

De klachtencommissie heeft kennis genomen van het RAD. De klachtencommissie meent dat dit rapport nauwkeurig beschrijft hoe opsteller zwaar gebonk en geroep hoorde vanuit de cel van klager. Toen de opsteller door het winket van de cel keek, zag hij klager met een houten afscherming op de tralies slaan. Hierbij riep klager telkens “Allahu akbar”. Toen klager opmerkte dat hij werd betrapt, zette hij de afscherming terug op de grond. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting bleef klager de hem ten laste gelegde feiten formeel ontkennen. De klachtencommissie is nochtans van oordeel dat de directie er redelijkerwijs vanuit mocht gaan dat de feiten (met name: het door klager slaan met een houten afscherming op de tralies en het roepen van "allahu akbar") bewezen waren. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de directeur de feiten niet kon kwalificeren als het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar brengen. Op basis van het tuchtdossier meent de klachtencommissie dat er geen vaststellingen werden genoteerd waaruit bleek dat klager aanzette tot het voeren van een collectieve actie. De directie motiveert in de tuchtbeslissing ook niet waaruit de intentie bleek dat klager een collectieve actie wou initiëren. Deze tuchtinbreuk kan bijgevolg niet weerhouden worden.

De directeur heeft een bijzondere tuchtsanctie opgelegd waarbij klager gedurende vijf dagen niet mocht deelnemen aan de gemeenschappelijke wandeling. Een bijzondere tuchtsanctie kan slechts opgelegd worden mits er een verband is met de aard van de tuchtrechtelijke inbreuk. Het moet met andere woorden over een zogenaamde “spiegelende sanctie” gaan. Het verband tussen het veroorzaken van lawaaihinder vanuit de cel en het verbod om deel te nemen aan de gemeenschappelijke wandeling blijkt niet uit de motivering van de tuchtbeslissing. De keuze voor deze sanctie werd niet gemotiveerd.

De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing.