KC20/22-0021
Non fondée
Irrecevable
KC - Mechelen
Commission des plaintes
Disciplinaire
Pas de décision du directeur
BEVOEGDHEID - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES
Klager gaf in zijn klacht aan dat de directie geen respect heeft voor de advocaten. Ter zitting verduidelijkte klager dat dit geen betrekking heeft op de behandeling van zijn persoonlijk tuchtdossier met zijn advocaat (dewelke niet aanwezig was) maar een algemene problematiek betreft.Dit aspect van de klacht heeft geen betrekking heeft op de behandeling van het tuchtdossier van klager zelf en is geen individuele beslissing van de directeur ten aanzien van de klager.
De klacht is gedeeltelijk niet-ontvankelijk.
Op basis van de 2 RAD's zijn de feiten voldoende bewezen. Niettemin blijft klager, zowel tijdens het tuchtverhoor als in zijn klacht en tijdens de zitting van de klachtencommissie de feiten ontkennen. Deze feiten worden door de Basiswet als een tuchtrechtelijke inbreuk van eerste (het bezit van door of krachtens de wet verboden substanties) en tweede (niet naleven huishoudelijk reglement) categorie beschouwd.
Bij de keuze voor de aard en de omvang van de sanctie heeft de directie rekening gehouden met de ernst van de inbreuk en de omstandigheden waarin de inbreuk plaatsvond. De klacht is ongegrond.
Klager gaf in zijn klacht aan dat de directie geen respect heeft voor de advocaten. Ter zitting verduidelijkte klager dat dit geen betrekking heeft op de behandeling van zijn persoonlijk tuchtdossier met zijn advocaat (dewelke niet aanwezig was) maar een algemene problematiek betreft.Dit aspect van de klacht heeft geen betrekking heeft op de behandeling van het tuchtdossier van klager zelf en is geen individuele beslissing van de directeur ten aanzien van de klager.
De klacht is gedeeltelijk niet-ontvankelijk.
Op basis van de 2 RAD's zijn de feiten voldoende bewezen. Niettemin blijft klager, zowel tijdens het tuchtverhoor als in zijn klacht en tijdens de zitting van de klachtencommissie de feiten ontkennen. Deze feiten worden door de Basiswet als een tuchtrechtelijke inbreuk van eerste (het bezit van door of krachtens de wet verboden substanties) en tweede (niet naleven huishoudelijk reglement) categorie beschouwd.
Bij de keuze voor de aard en de omvang van de sanctie heeft de directie rekening gehouden met de ernst van de inbreuk en de omstandigheden waarin de inbreuk plaatsvond. De klacht is ongegrond.