KC17/26-0023
Non fondée
KC - Leuven Hulp
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT
Wat betreft de beschadigingen stelt de klachtencommissie vooreerst vast dat uit de tuchtbeslissing van 05/03/2026 duidelijk blijkt dat klager enkel tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ (art. 130, 2° Basiswet) en niet voor ‘de opzettelijke beschadiging of de vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee’ (art. 129, 3° Basiswet).
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en gedetailleerd de voorwerpen opsomt die op de duocel van klager werden gevonden. Hoewel uit de klacht en uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager verklaart dat de aangetroffen spullen van zijn celgenoot of van een vorige bewoner zouden zijn, is de klachtencommissie van oordeel dat klager samen met zijn celgenoot verantwoordelijk is voor de voorwerpen die zich op hun cel bevinden. Elke gedetineerde is immers medeverantwoordelijk voor de staat en inhoud van zijn cel. Het feit dat de medicatie van een vorige celgenoot zou zijn geweest, die dit na zijn vrijlating zou hebben achtergelaten, doet hier volgens de klachtencommissie geen afbreuk aan. Klager had immers de beambten of de directie hiervan in kennis moeten stellen zodoende zij de medicatie konden verwijderen, alvorens dit via een celcontrole zou moeten worden vastgesteld. Hetzelfde geldt voor het defecte toetsenbord en de telefoonhoorn. Het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Leuven Hulp van 22/08/2024 bepaalt immers op pagina 4: “Hij dient zijn verblijfsruimte proper te houden en niet te beschadigen en zich te onthouden van het bevuilen en beschadigen van de gemeenschappelijke lokalen en terreinen.” Op pagina 51 wordt bepaald: “De gedetineerde wordt geacht de hem ter beschikking gestelde goederen naar behoren te gebruiken voor het doel waarvoor ze bestemd zijn.” Klager had eveneens een beambte of de directie op de hoogte moeten brengen van het feit dat het toetsenbord defect was en de hoorn van de telefoon ontbrak. Het feit dat uit de bijkomende informatie van de directie blijkt dat de celstaat niet meer beschikbaar is, doet hier volgens de klachtencommissie geen afbreuk aan. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Wat betreft de beschadigingen stelt de klachtencommissie vooreerst vast dat uit de tuchtbeslissing van 05/03/2026 duidelijk blijkt dat klager enkel tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ (art. 130, 2° Basiswet) en niet voor ‘de opzettelijke beschadiging of de vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee’ (art. 129, 3° Basiswet).
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en gedetailleerd de voorwerpen opsomt die op de duocel van klager werden gevonden. Hoewel uit de klacht en uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager verklaart dat de aangetroffen spullen van zijn celgenoot of van een vorige bewoner zouden zijn, is de klachtencommissie van oordeel dat klager samen met zijn celgenoot verantwoordelijk is voor de voorwerpen die zich op hun cel bevinden. Elke gedetineerde is immers medeverantwoordelijk voor de staat en inhoud van zijn cel. Het feit dat de medicatie van een vorige celgenoot zou zijn geweest, die dit na zijn vrijlating zou hebben achtergelaten, doet hier volgens de klachtencommissie geen afbreuk aan. Klager had immers de beambten of de directie hiervan in kennis moeten stellen zodoende zij de medicatie konden verwijderen, alvorens dit via een celcontrole zou moeten worden vastgesteld. Hetzelfde geldt voor het defecte toetsenbord en de telefoonhoorn. Het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Leuven Hulp van 22/08/2024 bepaalt immers op pagina 4: “Hij dient zijn verblijfsruimte proper te houden en niet te beschadigen en zich te onthouden van het bevuilen en beschadigen van de gemeenschappelijke lokalen en terreinen.” Op pagina 51 wordt bepaald: “De gedetineerde wordt geacht de hem ter beschikking gestelde goederen naar behoren te gebruiken voor het doel waarvoor ze bestemd zijn.” Klager had eveneens een beambte of de directie op de hoogte moeten brengen van het feit dat het toetsenbord defect was en de hoorn van de telefoon ontbrak. Het feit dat uit de bijkomende informatie van de directie blijkt dat de celstaat niet meer beschikbaar is, doet hier volgens de klachtencommissie geen afbreuk aan. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.