Ga verder naar de inhoud

KC17/26-0008

Non fondée Irrecevable KC - Leuven Hulp Commission des plaintes Disciplinaire Mesure d'ordre
TUCHT - ONTSLAG - ARBEID

De klachten gaan over een tuchtbeslissing en een afzetting van werk van de directie van de gevangenis van Leuven Hulp.

Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie van 14 dagen ATV voor de inbreuk van de eerste categorie “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties” opgelegd.

De klachtencommissie vindt niet dat klager tegenindicaties heeft opgeroepen die gerede twijfel deden rijzen over de juistheid van het rapport aan de directeur (RAD). Zij acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als voormelde inbreuk werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 14 dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. De klacht is om deze redenen ongegrond.

Over de afzetting van werk: de klacht gaat over een afzetting van werk van zijn celgenoot. Bijgevolg is er geen sprake van een beslissing die werd genomen door of namens de directie ten aanzien van klager. De klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.