Ga verder naar de inhoud

KC17/25-0002

Irrecevable KC - Leuven Hulp Commission des plaintes Autre décision directeur Disciplinaire Pas de décision du directeur
(1) TUCHT (2) TERMIJN (3) BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL – GEEN BESLISSING DIRECTEUR (4) STRAFCEL - TERMIJN

(1) Met betrekking tot de tuchtbeslissing (eerste klacht)

Klager verklaart dat hij als eerste werd aangevallen en dat die gedetineerden maar één week tucht hebben gekregen. Volgens klager werd zijn verklaring verkeerd opgeschreven. Tijdens de zitting verklaarde klager dat hij niet begonnen was met het gevecht, maar het ging om zelfverdediging.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld, waardoor de camerabeelden niet moesten bekeken worden. De klachtencommissie stelt vast aan de hand van het voldoende duidelijk opgestelde RAD dat er geen sprake is van wettige zelfverdediging. Voor het bewezen verklaren van de tuchtrechtelijke inbreuk is het daarnaast irrelevant of klager het gevecht al dan niet heeft geïnitieerd. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt duidelijk dat klager zelf zegt dat hij “in overlevingsmodus” is gegaan en de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen niet ontkent. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing ongegrond.

(2) Met betrekking tot het alarm (tweede klacht)

De klacht werd laattijdig ingediend. De klachtencommissie meent dat klager in zijn klacht of ter zitting ook geen redenen heeft vermeld om aan te nemen dat hij de klacht zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Deze klacht is bijgevolg kennelijk onontvankelijk.

(3) Met betrekking tot de bijzondere veiligheidsmaatregel (derde klacht)

De klachtencommissie stelt vast dat klager op zijn klachtenformulier de categorie ‘BVM’ heeft aangekruist. Uit de zitting van de klachtencommissie en na inzage in het tuchtregister van klager blijkt echter dat er geen bijzondere veiligheidsmaatregel genomen werd ten aanzien van klager. Bij gebreke aan een beslissing van de directeur, besluit de klachtencommissie dat deze klacht kennelijk onontvankelijk is.

(4) Met betrekking tot de plaatsing in de strafcel (vierde klacht)

Klager heeft een klacht ingediend tegen de plaatsing in een strafcel na een migraineaanval. De klacht werd laattijdig ingediend. De klachtencommissie meent dat klager in zijn klacht ook geen redenen heeft vermeld om aan te nemen dat hij de klacht zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Deze klacht is kennelijk onontvankelijk.