KC17/24-0046
Non fondée
KC - Leuven Hulp
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - KWALIFICATIE INBREUK
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor
- de opzettelijke aantasting van de orde
- het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis in gevaar brengen
- het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen
- het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel.
Ten aanzien van klager werd een RAD opgesteld op 31/10/2024. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting voert klager aan dat hij nooit de intentie had om een collectieve actie te organiseren. Hij was gefrustreerd door zijn vorige tuchtsanctie. Bovendien was hij niet de enige leider was van de actie, aldus klager. De directie achtte klager schuldig aan verschillende tuchtinbreuken.
De klachtencommissie meent dat het RAD van 30/11/2024 zeer duidelijk is. De rol van klager wordt hierin gedetailleerd beschreven. Bovendien ontkent klager de feiten niet. Op de tuchtrechtelijke
hoorzitting geeft hij weliswaar aan dat zijn handelen voortkwam uit frustratie. Hij voegt ook nog toe dat hij niet de enige leider van de actie was. Deze omkadering doet echter geen afbreuk aan het
vaststaan van de feiten, meent de klachtencommissie. De directie kon deze dus redelijkerwijze als bewezen beschouwen.
De advocaat van klager voert aan dat zijn cliënt meent dat de feiten niet juist gekwalificeerd werden. In tegenstelling tot klager, meent de klachtencommissie dat de directie de feiten wél juist heeft
gekwalificeerd. Zij buigt zich over de verschillende kwalificaties.
- de opzettelijke aantasting van de orde
De Basiswet definieert “orde” als volgt: “een toestand waarin de gedragsregels worden nageleefd die noodzakelijk zijn voor het tot stand brengen of het handhaven van een menswaardig
samenlevingsklimaat in de gevangenis”. De klachtencommissie meent dat uit het RAD van 31/10/2024 duidelijk blijkt dat klager een doorslaggevende rol heeft gespeeld in het aantasten van die orde, i.e. de gedragsregels die (niet) worden nageleefd. (Mede) door klagers handelen werden de gedragsregels namelijk genegeerd door een grote groep gedetineerden. Hijzelf en zijn medegedetineerden weigerden de wandeling te verlaten, ondanks bevelen van het personeel.
- het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis in gevaar brengen
De klachtencommissie meent dat uit het RAD van 31/10/2024 duidelijk blijkt dat klager zijn medegedetineerden minstens heeft beïnvloed, dan wel heeft aangezet tot een collectieve actie, namelijk het collectief weigeren om de wandeling te verlaten. Zoals hierboven reeds uiteengezet, meent de klachtencommissie dat deze collectieve actie een aantasting inhoudt van de orde in de gevangenis.
- het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen
Het huishoudelijk reglement bepaalt uitdrukkelijk dat “de gedetineerde heeft de plicht er zorg voor te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel, medegedetineerden en andere
personen de orde (menswaardig samenlevingsklimaat) en de veiligheid niet in gevaar brengt”, zoals de directie terecht aanvoert in haar verweer. De gedetineerde wordt geacht het huishoudelijk
reglement te kennen.
- het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel
Uit het RAD van 31/10/2024 blijkt zeer duidelijk dat de aanmaningen van personeel om de wandeling te verlaten, genegeerd werden door klager (en medegedetineerden).
Klager kreeg een tuchtsanctie van 14 dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie
als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken, in casu een tuchtinbreuk van de eerste categorie. De maximumsanctie voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie is 30 dagen ATV. De
sanctie is in elk geval dus wettelijk. De klachtencommissie acht de sanctie bovendien ook niet onredelijk, gegeven de zware aard van de feiten. De zware aard van de feiten wordt bevestigd door het feit dat de politie is moeten tussenkomen. Om bovenstaande redenen is de klacht ongegrond.
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor
- de opzettelijke aantasting van de orde
- het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis in gevaar brengen
- het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen
- het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel.
Ten aanzien van klager werd een RAD opgesteld op 31/10/2024. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting voert klager aan dat hij nooit de intentie had om een collectieve actie te organiseren. Hij was gefrustreerd door zijn vorige tuchtsanctie. Bovendien was hij niet de enige leider was van de actie, aldus klager. De directie achtte klager schuldig aan verschillende tuchtinbreuken.
De klachtencommissie meent dat het RAD van 30/11/2024 zeer duidelijk is. De rol van klager wordt hierin gedetailleerd beschreven. Bovendien ontkent klager de feiten niet. Op de tuchtrechtelijke
hoorzitting geeft hij weliswaar aan dat zijn handelen voortkwam uit frustratie. Hij voegt ook nog toe dat hij niet de enige leider van de actie was. Deze omkadering doet echter geen afbreuk aan het
vaststaan van de feiten, meent de klachtencommissie. De directie kon deze dus redelijkerwijze als bewezen beschouwen.
De advocaat van klager voert aan dat zijn cliënt meent dat de feiten niet juist gekwalificeerd werden. In tegenstelling tot klager, meent de klachtencommissie dat de directie de feiten wél juist heeft
gekwalificeerd. Zij buigt zich over de verschillende kwalificaties.
- de opzettelijke aantasting van de orde
De Basiswet definieert “orde” als volgt: “een toestand waarin de gedragsregels worden nageleefd die noodzakelijk zijn voor het tot stand brengen of het handhaven van een menswaardig
samenlevingsklimaat in de gevangenis”. De klachtencommissie meent dat uit het RAD van 31/10/2024 duidelijk blijkt dat klager een doorslaggevende rol heeft gespeeld in het aantasten van die orde, i.e. de gedragsregels die (niet) worden nageleefd. (Mede) door klagers handelen werden de gedragsregels namelijk genegeerd door een grote groep gedetineerden. Hijzelf en zijn medegedetineerden weigerden de wandeling te verlaten, ondanks bevelen van het personeel.
- het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis in gevaar brengen
De klachtencommissie meent dat uit het RAD van 31/10/2024 duidelijk blijkt dat klager zijn medegedetineerden minstens heeft beïnvloed, dan wel heeft aangezet tot een collectieve actie, namelijk het collectief weigeren om de wandeling te verlaten. Zoals hierboven reeds uiteengezet, meent de klachtencommissie dat deze collectieve actie een aantasting inhoudt van de orde in de gevangenis.
- het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen
Het huishoudelijk reglement bepaalt uitdrukkelijk dat “de gedetineerde heeft de plicht er zorg voor te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel, medegedetineerden en andere
personen de orde (menswaardig samenlevingsklimaat) en de veiligheid niet in gevaar brengt”, zoals de directie terecht aanvoert in haar verweer. De gedetineerde wordt geacht het huishoudelijk
reglement te kennen.
- het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel
Uit het RAD van 31/10/2024 blijkt zeer duidelijk dat de aanmaningen van personeel om de wandeling te verlaten, genegeerd werden door klager (en medegedetineerden).
Klager kreeg een tuchtsanctie van 14 dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie
als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken, in casu een tuchtinbreuk van de eerste categorie. De maximumsanctie voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie is 30 dagen ATV. De
sanctie is in elk geval dus wettelijk. De klachtencommissie acht de sanctie bovendien ook niet onredelijk, gegeven de zware aard van de feiten. De zware aard van de feiten wordt bevestigd door het feit dat de politie is moeten tussenkomen. Om bovenstaande redenen is de klacht ongegrond.