Ga verder naar de inhoud

KC17/24-0042

Non fondée KC - Leuven Hulp Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS

De directie heeft zich voor de tuchtbeslissing gesteund op de verklaringen van het RAD. Uit haar verweer blijkt dat zij de tegenindicaties aangevoerd door klager – dat hij een stamp op de borstkas zou hebben gekregen i.p.v. een zachte duw – niet geloofwaardig vindt omdat:
- klager hiervan nooit melding heeft gemaakt aan de directie of een personeelslid vóór de tuchtrechtelijke hoorzitting;
- er geen medisch attest voorligt dat klagers aantijgingen ondersteunt.

De klachtencommissie dient zich te buigen over de vraag of zij de tegenindicaties aangevoerd door klager van die aard vindt dat de directie deze had moeten onderzoeken, bv. door de camerabeelden van het incident te bekijken. De klachtencommissie meent dat de tegenindicaties in elk geval niet van die aard zijn dat zij het bewezen zijn van de tuchtinbreuken ongedaan kunnen maken. De tegenindicatie waarvan klager spreekt, dat de beambte hem “gestampt” heeft, kan hoogstens gezien worden als verzachtende omstandigheid en een impact hebben op de hoogte van tuchtsanctie.

Daarnaast meent de klachtencommissie dat het RAD voldoende duidelijk en gedetailleerd is. De directie kon zich hierop redelijkerwijze baseren om de eerste en tweede tuchtinbreuk als bewezen te beschouwen.