Ga verder naar de inhoud

KC17/22-0066

Fondée KC - Leuven Hulp Commission des plaintes Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - ARBEID

De klachtcommissie volgt de rechtspraak van de beroepscommissie waar zij stelt dat de ordemaatregel tot afzetting van werk een zeer verregaande en ingrijpende maatregel voor de gedetineerde is waarbij de belangen van de gedetineerde sterk worden aangetast.
Het is duidelijk dat de ontslagbeslissing het gevolg is van gedrag die volgens de directie door klager zou gesteld zijn, zijnde de diefstal van chocolade. De directie kan vrij oordelen over de geschiktheid van de gedetineerde voor een bepaalde werkplaats. Dit geldt ook voor het ontslag: de directie heeft een discretionaire bevoegdheid.
Het ontslag is gebaseerd op feitelijke vaststellingen door penitentiaire beambten in rapporten gegoten die per definitie voor betwisting, minstens nuancering, vatbaar zijn vanuit het oogpunt van de klager.
De klachtencommissie meent dan ook dat bij het opleggen van een ordemaatregel die niet geregeld is bij wet, zoals een afzetting van werk, de directie, in het geval dat aan de hierboven genoemde voorwaarden voldaan zijn is, de gedetineerde alsnog hierover moet horen, ook in het geval dat er een schriftelijke, gemotiveerde weerslag is van deze beslissing.
De klacht is gegrond.