Ga verder naar de inhoud

KC16/26-0196

Non fondée Irrecevable KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Disciplinaire Pas de décision du directeur
HYGIËNE - FEITELIJK HANDELEN - TUCHT

De klachten gaan over de doucheregeling in de gevangenis, het feitelijk handelen van een beambte en over de tuchtbeslissing van 09/06/2026 van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.

Over de doucheregeling: de klachtencommissie stelt vast dat de regeling met betrekking tot het regime op vleugel A gelden voor alle gedetineerden die op deze vleugel verblijven. Er is bijgevolg geen sprake van een geïndividualiseerde beslissing die de directie ten aanzien van klager heeft genomen waarbij de directie toepassing heeft gemaakt van algemene regels, noch werd er afgeweken van de algemene regel, noch is er sprake van een discretionaire beoordeling waarbij specifieke omstandigheden van het geval worden meegewogen. Dit ligt in lijn met de eerdere rechtspraak van de Nederlandstalige Beroepscommissie. Aangezien er geen sprake is van een geïndividualiseerde beslissing van de directie ten aanzien van klager, is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

Over het feitelijk handelen: de klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van een personeelslid dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Uit de klacht blijkt niet dat klager de directie hierover heeft aangesproken en dat zij heeft nagelaten om dit voorval te onderzoeken, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie. De klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Over de tuchtbeslissing: klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 5 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de inbreuken van de tweede categorie “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel” en “het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden”.

De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het rapport aan de directeur (RAD). De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet.

De feiten vormen tuchtrechtelijk inbreuken van de tweede categorie. Voor een tuchtinbreuk van de tweede categorie kan maximaal 15 dagen ATV worden opgelegd zodat de tuchtsanctie wettig was. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk of onbillijke straf van 5 dagen ATV heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.