Ga verder naar de inhoud

KC16/26-0082

Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING

Klager dient klacht in tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam.

De klachtencommissie stelt vast dat de motivering van de beslissing geen concrete, individuele en actuele elementen bevat die aantonen waarom er een vermoeden bestond dat klager na zijn bezoek op 9 maart 2026 in het bezit zou zijn van verboden voorwerpen of substanties. Het klopt dat klager in december 2025 tuchtrechtelijk werd gesanctioneerd wegens het bezit van drugs, maar enkel dat gegeven volstaat niet als element om drie maanden later een fouillering op het lichaam te verantwoorden na een bezoek.

De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot fouillering onvoldoende werd gemotiveerd door het actuele gedrag van klager, noch dat er sprake was van duidelijke aanwijzingen dat klager verboden substanties zou trachten binnen te brengen via zijn bezoek. Ook wordt er niet gemotiveerd waarom een fouillering aan de kledij niet zou volstaan. Volgens de klachtencommissie voldoet de beslissing tot fouillering op het lichaam niet aan artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe, aangezien klager hierover niets aangaf.
Un dossier d'appel a été ouvert avec la référence BC/26-0283