KC16/26-0081
Fondée
Compensation
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING - SUBSIDIARITEIT
Klager heeft een klacht ingediend tegen een naaktfouille omdat dit al de tweede keer is dat hij na een tafelbezoek zonder enige deftige reden een naaktfouille krijgt. Door een eerdere klacht van klager (KC16/26-0022), is de klachtencommissie op de hoogte dat klager op 22.01.2026 in het bezit werd gevonden van een gsm. Hij werd hiervoor tuchtrechtelijk gesanctioneerd en ontslagen op zijn werk. Hoewel dit niet blijkt uit de motivering van de beslissing, had klager op 07.03.2026 tafelbezoek. Het tuchtrechtelijk antecedent van 22.01.2026, in combinatie met een bezoek op 07.03.2026, blijkt voor de directie een aanwijzing te zijn geweest dat klager tijdens het gemeenschappelijk bezoek in het bezit was gekomen van verboden of gevaarlijke voorwerpen of substanties die hij bovendien op zijn lichaam had verstopt. De klachtencommissie merkt op dat klager ook op 14.02.2026 onderworpen werd aan een naaktfouille op grond van bovenstaande motivering. De klachtencommissie erkent dat er verboden voorwerpen of substanties naar binnen kunnen worden gesmokkeld via het bezoek. De klachtencommissie weet echter niet of klager de gsm die op 22.01.2026 werd gevonden via het bezoek heeft binnengesmokkeld. Bovendien is de klachtencommissie van oordeel dat het tuchtrechtelijk verleden van een gedetineerde geen concrete en actuele individuele aanwijzing is in de zin van artikel 108, §2 van de Basiswet. Dergelijke motivering impliceert immers dat elke gedetineerde met een tuchtrechtelijk verleden in verband met verboden of gevaarlijke voorwerpen of substanties, na ieder bezoek onderworpen kan worden aan een naaktfouille. Het Grondwettelijk Hof heeft in haar arrest van 29 januari 2014 nochtans duidelijke grenzen getrokken door de gewijzigde bepalingen in de Basiswet te vernietigen. Deze bepalingen lieten toe om, systematisch en zonder individuele beslissing van de directeur, gedetineerden te onderwerpen aan naaktfouilles na bezoek, bij het betreden van de gevangenis en voorafgaand aan de plaatsing in een beveiligde cel of strafcel. De klachtencommissie stelt vast dat de opdracht van de directie al werd gegeven om 09u30 terwijl de naaktfouille pas werd uitgevoerd om 19u50. Gelet op dit tijdsverloop neemt de klachtencommissie aan dat de naaktfouille preventief werd opgelegd zonder dat eventuele verdachte handelingen zoals vastgesteld door het toezichthoudend personeel tijdens het bezoek niet eens in rekening konden gebracht worden. De klachtencommissie is van oordeel dat de naaktfouille van 07.03.2026 niet verantwoord werd door het actuele gedrag van klager maar louter omdat hij in het verleden in het bezit werd gevonden van een gsm en omdat hij op 07.03.2026 bezoek had. Om deze redenen besluit de klachtencommissie dat de naaktfouille niet voldeed aan de bepalingen uit de Basiswet. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent als tegemoetkoming één extra videobezoekmoment toe aan klager.
Klager heeft een klacht ingediend tegen een naaktfouille omdat dit al de tweede keer is dat hij na een tafelbezoek zonder enige deftige reden een naaktfouille krijgt. Door een eerdere klacht van klager (KC16/26-0022), is de klachtencommissie op de hoogte dat klager op 22.01.2026 in het bezit werd gevonden van een gsm. Hij werd hiervoor tuchtrechtelijk gesanctioneerd en ontslagen op zijn werk. Hoewel dit niet blijkt uit de motivering van de beslissing, had klager op 07.03.2026 tafelbezoek. Het tuchtrechtelijk antecedent van 22.01.2026, in combinatie met een bezoek op 07.03.2026, blijkt voor de directie een aanwijzing te zijn geweest dat klager tijdens het gemeenschappelijk bezoek in het bezit was gekomen van verboden of gevaarlijke voorwerpen of substanties die hij bovendien op zijn lichaam had verstopt. De klachtencommissie merkt op dat klager ook op 14.02.2026 onderworpen werd aan een naaktfouille op grond van bovenstaande motivering. De klachtencommissie erkent dat er verboden voorwerpen of substanties naar binnen kunnen worden gesmokkeld via het bezoek. De klachtencommissie weet echter niet of klager de gsm die op 22.01.2026 werd gevonden via het bezoek heeft binnengesmokkeld. Bovendien is de klachtencommissie van oordeel dat het tuchtrechtelijk verleden van een gedetineerde geen concrete en actuele individuele aanwijzing is in de zin van artikel 108, §2 van de Basiswet. Dergelijke motivering impliceert immers dat elke gedetineerde met een tuchtrechtelijk verleden in verband met verboden of gevaarlijke voorwerpen of substanties, na ieder bezoek onderworpen kan worden aan een naaktfouille. Het Grondwettelijk Hof heeft in haar arrest van 29 januari 2014 nochtans duidelijke grenzen getrokken door de gewijzigde bepalingen in de Basiswet te vernietigen. Deze bepalingen lieten toe om, systematisch en zonder individuele beslissing van de directeur, gedetineerden te onderwerpen aan naaktfouilles na bezoek, bij het betreden van de gevangenis en voorafgaand aan de plaatsing in een beveiligde cel of strafcel. De klachtencommissie stelt vast dat de opdracht van de directie al werd gegeven om 09u30 terwijl de naaktfouille pas werd uitgevoerd om 19u50. Gelet op dit tijdsverloop neemt de klachtencommissie aan dat de naaktfouille preventief werd opgelegd zonder dat eventuele verdachte handelingen zoals vastgesteld door het toezichthoudend personeel tijdens het bezoek niet eens in rekening konden gebracht worden. De klachtencommissie is van oordeel dat de naaktfouille van 07.03.2026 niet verantwoord werd door het actuele gedrag van klager maar louter omdat hij in het verleden in het bezit werd gevonden van een gsm en omdat hij op 07.03.2026 bezoek had. Om deze redenen besluit de klachtencommissie dat de naaktfouille niet voldeed aan de bepalingen uit de Basiswet. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent als tegemoetkoming één extra videobezoekmoment toe aan klager.