KC16/26-0059
Fondée
Compensation
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING
Klager heeft een klacht ingediend tegen de naaktfouille. Klager vroeg in eerste instantie naar de reden van de naaktfouille. Op deze vraag konden de beambten niets antwoorden. Na de naaktfouille vroeg klager de schriftelijke beslissing. Hiervoor moest hij echter bij de kwartierchef zijn. Op dat moment werd klager enkel mondeling ingelicht dat de naaktfouille kwam omdat hij werd gepakt met een telefoon. Klager begrijpt niet waarom een naaktfouille nog nodig was nadat hij na zijn bezoek al door de metaaldetectie was geweest en deze geen positief signaal had afgegeven.
Doordat de Basiswet expliciet toelaat dat de schriftelijke beslissing van de directie waaruit de reden van de naaktfouille moet blijken, tot 24 uur na de uitvoering van de fouille wordt overhandigd aan de gedetineerde, is een mondeling bevel van de directie om een naaktfouille uit te voeren bij een gedetineerde, toegestaan. Dat klager op het moment van de naaktfouille dus geen papieren heeft gekregen, is niet onwettig. Uit de bestreden beslissing blijkt dat klager de schriftelijke beslissing van de directie binnen de 24 uur na de uitvoering van de fouille heeft ontvangen.
Door een eerdere klacht van klager (KC16/26-0022), is de klachtencommissie op de hoogte dat klager op 22.01.2026 in het bezit werd gevonden van een gsm. Hij werd hiervoor tuchtrechtelijk gesanctioneerd en ontslagen op zijn werk. Deze vondst, in combinatie met een ongestoord bezoek op 14.02.2026, blijkt voor de directie een aanwijzing te zijn geweest dat klager tijdens het ongestoord bezoek in het bezit was gekomen van verboden voorwerpen die hij op zijn lichaam had verstopt. De klachtencommissie erkent dat er verboden voorwerpen of substanties naar binnen kunnen worden gesmokkeld via het bezoek. De klachtencommissie weet echter niet of klager de gsm die op 22.01.2026 werd gevonden via het bezoek heeft binnengesmokkeld. Bovendien is de klachtencommissie van oordeel dat het tuchtrechtelijk verleden van een gedetineerde geen concrete en actuele individuele aanwijzing is in de zin van artikel 108, §2 van de Basiswet. Dergelijke motivering impliceert immers dat elke gedetineerde met een tuchtrechtelijk verleden in verband met verboden of gevaarlijke voorwerpen of substanties, na ieder bezoek onderworpen kan worden aan een naaktfouille. Het Grondwettelijk Hof heeft in haar arrest van 29 januari 2014 nochtans duidelijke grenzen getrokken door de gewijzigde bepalingen in de Basiswet te vernietigen. De klachtencommissie is van oordeel dat de naaktfouille van 14.02.2026 niet verantwoord werd door het actuele gedrag van klager maar louter werd opgelegd omdat hij in het verleden in het bezit werd gevonden van een gsm en omdat hij op 14.02.2026 bezoek had. Om deze redenen besluit de klachtencommissie dat de naaktfouille niet voldeed aan de bepalingen uit de Basiswet. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent als tegemoetkoming één extra videobezoekmoment toe aan klager.
Klager heeft een klacht ingediend tegen de naaktfouille. Klager vroeg in eerste instantie naar de reden van de naaktfouille. Op deze vraag konden de beambten niets antwoorden. Na de naaktfouille vroeg klager de schriftelijke beslissing. Hiervoor moest hij echter bij de kwartierchef zijn. Op dat moment werd klager enkel mondeling ingelicht dat de naaktfouille kwam omdat hij werd gepakt met een telefoon. Klager begrijpt niet waarom een naaktfouille nog nodig was nadat hij na zijn bezoek al door de metaaldetectie was geweest en deze geen positief signaal had afgegeven.
Doordat de Basiswet expliciet toelaat dat de schriftelijke beslissing van de directie waaruit de reden van de naaktfouille moet blijken, tot 24 uur na de uitvoering van de fouille wordt overhandigd aan de gedetineerde, is een mondeling bevel van de directie om een naaktfouille uit te voeren bij een gedetineerde, toegestaan. Dat klager op het moment van de naaktfouille dus geen papieren heeft gekregen, is niet onwettig. Uit de bestreden beslissing blijkt dat klager de schriftelijke beslissing van de directie binnen de 24 uur na de uitvoering van de fouille heeft ontvangen.
Door een eerdere klacht van klager (KC16/26-0022), is de klachtencommissie op de hoogte dat klager op 22.01.2026 in het bezit werd gevonden van een gsm. Hij werd hiervoor tuchtrechtelijk gesanctioneerd en ontslagen op zijn werk. Deze vondst, in combinatie met een ongestoord bezoek op 14.02.2026, blijkt voor de directie een aanwijzing te zijn geweest dat klager tijdens het ongestoord bezoek in het bezit was gekomen van verboden voorwerpen die hij op zijn lichaam had verstopt. De klachtencommissie erkent dat er verboden voorwerpen of substanties naar binnen kunnen worden gesmokkeld via het bezoek. De klachtencommissie weet echter niet of klager de gsm die op 22.01.2026 werd gevonden via het bezoek heeft binnengesmokkeld. Bovendien is de klachtencommissie van oordeel dat het tuchtrechtelijk verleden van een gedetineerde geen concrete en actuele individuele aanwijzing is in de zin van artikel 108, §2 van de Basiswet. Dergelijke motivering impliceert immers dat elke gedetineerde met een tuchtrechtelijk verleden in verband met verboden of gevaarlijke voorwerpen of substanties, na ieder bezoek onderworpen kan worden aan een naaktfouille. Het Grondwettelijk Hof heeft in haar arrest van 29 januari 2014 nochtans duidelijke grenzen getrokken door de gewijzigde bepalingen in de Basiswet te vernietigen. De klachtencommissie is van oordeel dat de naaktfouille van 14.02.2026 niet verantwoord werd door het actuele gedrag van klager maar louter werd opgelegd omdat hij in het verleden in het bezit werd gevonden van een gsm en omdat hij op 14.02.2026 bezoek had. Om deze redenen besluit de klachtencommissie dat de naaktfouille niet voldeed aan de bepalingen uit de Basiswet. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent als tegemoetkoming één extra videobezoekmoment toe aan klager.