Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0353

Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - KWALIFICATIE

Klager heeft een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing. Hij gaat niet akkoord met die beslissing omdat de verboden substantie (snoes) meegekomen is met transport. Volgens klager is snoes ook overal te koop.

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens:

- Het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (tuchtinbreuk van eerste categorie);
- Het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (tuchtinbreuk van tweede categorie).

De aanleiding voor de tuchtrechtelijke veroordeling blijken twee rapporten aan de directeur (RAD) te zijn waarin vermeld staat dat bij klager een verdacht witte substantie werd gevonden die viel van tussen zijn benen uit toen hij zich omdraaide in bed. Tijdens de opgelegde celcontrole werd vervolgens een hele zak niet gebruikte medicatie gevonden. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager tegenover de directie verklaard heeft dat de verdacht witte substantie geen drugs waren maar snus. Klager zou dit al gehad hebben toen hij de gevangenis van Antwerpen binnen ging en daar hebben ze er niets over gezegd. Toen hij binnenkwam in de gevangenis van Leuven Centraal hebben ze de snus ook gezien en hebben ze er ook niets over gezegd. In nachtwinkels in Antwerpen kan je dit kopen. Volgens de directie is het een door de wet verboden substantie ongeacht of nachtwinkels dit verkopen of niet.

De klachtencommissie meent dat de feiten bewezen zijn op grond van de vaststellingen in de rapporten én het feit dat klager niet heeft ontkend dat hij daarvan in het bezit was. In het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Leuven Centraal (p.9) staat dat gedetineerden in het bezit mogen zijn van voorgeschreven medicatie en medicatie die zij ontvangen overeenkomstig de procedure zelfmedicatie. Daarbij wordt vermeld dat medicijnen die dagelijks aan de gedetineerde worden verstrekt en die niet werden ingenomen, in de (blister)verpakking/plastic verpakking moeten gelaten worden en moeten worden afgegeven aan de PBA. De geneesmiddelen die rechtstreeks door de arts zelf aan de gedetineerde worden gegeven, kunnen gedurende de behandeling op cel worden bewaard. Het overschot van de behandeling moet worden teruggegeven aan de PBA, evenals de geneesmiddelen die niet meer nodig zijn voor de huidige behandeling. De omstandigheid dat op de cel van klager een zak met een aanzienlijke hoeveelheid medicatie werd gevonden én klager tijdens de hoorzitting hiervoor geen verklaring heeft gegeven, doet de klachtencommissie besluiten dat klager het huishoudelijk reglement heeft geschonden. Deze weerhouden tuchtrechtelijke inbreuk van tweede categorie is correct.

Klager werd ook gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Deze tuchtinbreuk heeft betrekking op voorwerpen of substanties die ook in de vrije samenleving verboden zijn. De directie is immers van oordeel dat snus een bij wet verboden substantie is. Uit de rechtspraak van de klachtencommissies blijkt echter dat het bezit van snus niet strafbaar is, enkel de verkoop ervan. Het bezit van snus kan volgens de klachtencommissie dan ook niet leiden tot een tuchtrechtelijke veroordeling voor de tuchtinbreuk van het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Aangezien snus niet vrij verkrijgbaar is en de verkoop ervan strafbaar is én snus niet vermeld staat in de lijst van toegelaten voorwerpen in het huishoudelijk reglement, betreft het naar het oordeel van de klachtencommissie wel een overtreding van het huishoudelijk reglement. Om deze reden is de klacht tegen de tuchtbeslissing gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre klager is gesanctioneerd voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan. De gedeeltelijke vernietiging van de tuchtbeslissing heeft geen invloed op de opgelegde tuchtsanctie. De directie heeft vijftien dagen ATV opgelegd. Dit is de wettelijk toegelaten maximumsanctie voor een tuchtinbreuk van tweede categorie.