KC16/25-0316
Fondée
Compensation
Irrecevable
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
STAKING - WANDELING - HYGIËNE
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij op de stakingsdag van 14.10.2025 niet is kunnen gaan wandelen hoewel hij meent daar dagelijks recht op te hebben. De klachtencommissie stelt aan de hand van de registratie door de commissie van toezicht vast dat er tijdens de staking van 14.10.2025 inderdaad geen wandeling werd georganiseerd. De directie meent dat de klacht van klager hierover niet-ontvankelijk is omdat dit geen individuele beslissing van de directie is ten aanzien van klager. De directie verwijst hiervoor naar de rechtspraak van de Raad van State. Een gedetineerde heeft op grond van de Basiswet recht op lichamelijke oefeningen en sport gedurende ten minste twee uren in de week en recht op een dagelijkse wandeling of een andere recreatieve activiteit van minstens één uur in de buitenlucht. Daarenboven is in de wet van 23 maart 2019 bepaald dat, teneinde de veiligheid en de gezondheid van de opgesloten personen te verzekeren, tijdens de gehele duur van de staking wordt voorzien in bepaalde minimumgaranties voor gedetineerden, waaronder de mogelijkheid om minstens één uur in open lucht te vertoeven. De wet van 23 maart 2019 draagt expliciet de directie op om de nodige maatregelen te treffen zodat deze minimumgaranties ten aanzien van gedetineerden worden nageleefd. De klachtencommissie besluit dat de klacht van klager gericht is tegen het verzuim van de directie om (onder andere) ten aanzien van klager maatregelen te nemen zodat de minimumgarantie van minstens één uur buitenlucht tijdens de staking van 14.10.2025 werd gegarandeerd, hoewel dit haar nochtans uitdrukkelijk werd opgedragen door een wettelijke bepaling. De klachtencommissie meent dat het door de directie aangehaalde arrest van de Raad van State geen wijziging aanbrengt in de intussen vaststaande rechtspraak van de klachtencommissie. De klacht is volgens de klachtencommissie dus wel degelijk ontvankelijk. Gelet op de wettelijke bepalingen die voorschrijven dat een gedetineerde, ook tijdens een staking, het recht heeft op minstens één uur buitenlucht en het vaststaat dat klager op 14.10.2025 geen wandeling heeft gekregen, is de klacht gegrond. De klachtencommissie kent als tegemoetkoming toe: vijftien (15) minuten tegen het nationaal tarief voor gesprekken naar een vast toestel.
Klager klaagt ook aan dat hij op de stakingsdag niet is kunnen gaan douchen hoewel hij meent daar dagelijks recht op te hebben. De klachtencommissie stelt aan de hand van de registratie door de commissie van toezicht vast dat tijdens de staking van 14.10.2025 enkel gedetineerden die werken in de keuken, mochten douchen. De directie meent dat ook deze klacht niet-ontvankelijk is omdat dit geen beslissing was ten aanzien van klager. Op grond van de Basiswet draagt het inrichtingshoofd er zorg voor dat de gedetineerde in staat wordt gesteld zijn uiterlijk en zijn lichamelijke hygiëne dagelijks behoorlijk te verzorgen. De klachtencommissie besluit hieruit dat gedetineerden dus geen recht hebben op een dagelijkse douche, wel om zich dagelijks te wassen. Dit is niet anders tijdens stakingen aangezien in de wet van 23 maart 2019 is bepaald dat, teneinde de veiligheid en de gezondheid van de opgesloten personen te verzekeren, tijdens de gehele duur van de staking minstens op dagelijkse basis wordt voorzien in bepaalde minimumgaranties voor gedetineerden, waaronder de mogelijkheid om zijn uiterlijk en zijn lichamelijke hygiëne behoorlijk te verzorgen alsook deze van zijn verblijfsruimte. In geval van een staking van meer dan twee dagen kan de gedetineerde over een periode van één week minstens twee douches nemen. De staking waarover de klacht gaat, duurde niet langer dan één dag. Klager werpt in zijn klacht bovendien niet op dat hij niet in de mogelijkheid was om zich te wassen op cel zodat de klachtencommissie aanneemt dat hij alsnog zijn uiterlijk en lichamelijke hygiëne behoorlijk kon verzorgen. De klachtencommissie besluit dat het feit dat klager niet mocht douchen geen verzuim van de directie uitmaakte om maatregelen te nemen teneinde de minimale dienstverlening tijdens stakingen te garanderen. Om deze reden is deze klacht niet-ontvankelijk.
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij op de stakingsdag van 14.10.2025 niet is kunnen gaan wandelen hoewel hij meent daar dagelijks recht op te hebben. De klachtencommissie stelt aan de hand van de registratie door de commissie van toezicht vast dat er tijdens de staking van 14.10.2025 inderdaad geen wandeling werd georganiseerd. De directie meent dat de klacht van klager hierover niet-ontvankelijk is omdat dit geen individuele beslissing van de directie is ten aanzien van klager. De directie verwijst hiervoor naar de rechtspraak van de Raad van State. Een gedetineerde heeft op grond van de Basiswet recht op lichamelijke oefeningen en sport gedurende ten minste twee uren in de week en recht op een dagelijkse wandeling of een andere recreatieve activiteit van minstens één uur in de buitenlucht. Daarenboven is in de wet van 23 maart 2019 bepaald dat, teneinde de veiligheid en de gezondheid van de opgesloten personen te verzekeren, tijdens de gehele duur van de staking wordt voorzien in bepaalde minimumgaranties voor gedetineerden, waaronder de mogelijkheid om minstens één uur in open lucht te vertoeven. De wet van 23 maart 2019 draagt expliciet de directie op om de nodige maatregelen te treffen zodat deze minimumgaranties ten aanzien van gedetineerden worden nageleefd. De klachtencommissie besluit dat de klacht van klager gericht is tegen het verzuim van de directie om (onder andere) ten aanzien van klager maatregelen te nemen zodat de minimumgarantie van minstens één uur buitenlucht tijdens de staking van 14.10.2025 werd gegarandeerd, hoewel dit haar nochtans uitdrukkelijk werd opgedragen door een wettelijke bepaling. De klachtencommissie meent dat het door de directie aangehaalde arrest van de Raad van State geen wijziging aanbrengt in de intussen vaststaande rechtspraak van de klachtencommissie. De klacht is volgens de klachtencommissie dus wel degelijk ontvankelijk. Gelet op de wettelijke bepalingen die voorschrijven dat een gedetineerde, ook tijdens een staking, het recht heeft op minstens één uur buitenlucht en het vaststaat dat klager op 14.10.2025 geen wandeling heeft gekregen, is de klacht gegrond. De klachtencommissie kent als tegemoetkoming toe: vijftien (15) minuten tegen het nationaal tarief voor gesprekken naar een vast toestel.
Klager klaagt ook aan dat hij op de stakingsdag niet is kunnen gaan douchen hoewel hij meent daar dagelijks recht op te hebben. De klachtencommissie stelt aan de hand van de registratie door de commissie van toezicht vast dat tijdens de staking van 14.10.2025 enkel gedetineerden die werken in de keuken, mochten douchen. De directie meent dat ook deze klacht niet-ontvankelijk is omdat dit geen beslissing was ten aanzien van klager. Op grond van de Basiswet draagt het inrichtingshoofd er zorg voor dat de gedetineerde in staat wordt gesteld zijn uiterlijk en zijn lichamelijke hygiëne dagelijks behoorlijk te verzorgen. De klachtencommissie besluit hieruit dat gedetineerden dus geen recht hebben op een dagelijkse douche, wel om zich dagelijks te wassen. Dit is niet anders tijdens stakingen aangezien in de wet van 23 maart 2019 is bepaald dat, teneinde de veiligheid en de gezondheid van de opgesloten personen te verzekeren, tijdens de gehele duur van de staking minstens op dagelijkse basis wordt voorzien in bepaalde minimumgaranties voor gedetineerden, waaronder de mogelijkheid om zijn uiterlijk en zijn lichamelijke hygiëne behoorlijk te verzorgen alsook deze van zijn verblijfsruimte. In geval van een staking van meer dan twee dagen kan de gedetineerde over een periode van één week minstens twee douches nemen. De staking waarover de klacht gaat, duurde niet langer dan één dag. Klager werpt in zijn klacht bovendien niet op dat hij niet in de mogelijkheid was om zich te wassen op cel zodat de klachtencommissie aanneemt dat hij alsnog zijn uiterlijk en lichamelijke hygiëne behoorlijk kon verzorgen. De klachtencommissie besluit dat het feit dat klager niet mocht douchen geen verzuim van de directie uitmaakte om maatregelen te nemen teneinde de minimale dienstverlening tijdens stakingen te garanderen. Om deze reden is deze klacht niet-ontvankelijk.