KC16/25-0287
Fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - GEUR - BEWIJS
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens:
- het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties
- het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen
Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager aan de directie heeft verklaard dat de houten spie in de cel lag toen hij introk in de cel. Klager gebruikte die spie als boekensteun. Het bezit van de USB-stick heeft klager toegegeven. Die heeft hij al sinds zijn detentie in de gevangenis van Antwerpen. Er staat muziek op maar klager denkt dat die zelfs niet meer werkt. De drugsgeur daarentegen was niet afkomstig van hem. Die geur hangt in elke cel. Klager slaapt met zijn raam open. De adjudant wierp op dat tijdens de celcontrole twee pakjes sigaretten werden gevonden waarvan één pakje naar verboden substantie rook. Volgens klager kan dat niet kloppen want hij gebruikt niet. Hij rookt enkel sigaretten.
De directie achtte het bezit van drugs door klager bewezen omdat een geur van verdachte substanties in de cel van klager werd waargenomen door een beambte en aansluitend door de adjudant van dienst én omdat er een leeg pakje sigaretten werd gevonden in de cel van klager die ook de geur droeg van de verboden substantie.
Het is intussen vaststaande rechtspraak dat de klachtencommissie van oordeel is dat een gedetineerde enkel gesanctioneerd kan worden voor het bezit van drugs indien de geurwaarneming voldoende geïndividualiseerd en geobjectiveerd werd én het vermoeden van gebruik/bezit daarenboven werd ondersteund door bijkomende belastende elementen. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in dit dossier verwijst naar een leeg pakje sigaretten dat in de cel lag van klager en dat hetzelfde rook als de waargenomen geur. De klachtencommissie stelt vast dat deze vondst niet vermeld staat in het RAD en slechts voor de eerste keer opduikt tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie meent dan ook dat dit element niet bewijskrachtig is. Klager verklaart dat hij nog aan het slapen was toen de beambten zijn cel binnenkwamen. Het RAD vermeldt niet dat klager op dat moment aan het roken was. Tijdens de naaktfouille en de celcontrole werden geen drugs of restanten van drugs gevonden, noch verpakkingen of attributen die kunnen wijzen op het gebruik van drugs. De klachtencommissie besluit dat de directie, gelet op het vermoeden van onschuld, niet in redelijkheid en billijkheid kon besluiten dat het bezit van of de handel in de door de wet verboden substanties, bewezen was in hoofde van klager. Om deze reden is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre klager hiervoor werd gesanctioneerd. Dit betekent ook dat de vermelding van deze tuchtinbreuk wordt weggelaten uit het dossier van klager. De tuchtrechtelijke veroordeling wegens het niet-naleven van de bepalingen van het huishoudelijk reglement blijft overeind staan aangezien klager het bezit van de USB-stick en de houten spie op geen enkel moment heeft betwist.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens:
- het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties
- het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen
Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager aan de directie heeft verklaard dat de houten spie in de cel lag toen hij introk in de cel. Klager gebruikte die spie als boekensteun. Het bezit van de USB-stick heeft klager toegegeven. Die heeft hij al sinds zijn detentie in de gevangenis van Antwerpen. Er staat muziek op maar klager denkt dat die zelfs niet meer werkt. De drugsgeur daarentegen was niet afkomstig van hem. Die geur hangt in elke cel. Klager slaapt met zijn raam open. De adjudant wierp op dat tijdens de celcontrole twee pakjes sigaretten werden gevonden waarvan één pakje naar verboden substantie rook. Volgens klager kan dat niet kloppen want hij gebruikt niet. Hij rookt enkel sigaretten.
De directie achtte het bezit van drugs door klager bewezen omdat een geur van verdachte substanties in de cel van klager werd waargenomen door een beambte en aansluitend door de adjudant van dienst én omdat er een leeg pakje sigaretten werd gevonden in de cel van klager die ook de geur droeg van de verboden substantie.
Het is intussen vaststaande rechtspraak dat de klachtencommissie van oordeel is dat een gedetineerde enkel gesanctioneerd kan worden voor het bezit van drugs indien de geurwaarneming voldoende geïndividualiseerd en geobjectiveerd werd én het vermoeden van gebruik/bezit daarenboven werd ondersteund door bijkomende belastende elementen. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in dit dossier verwijst naar een leeg pakje sigaretten dat in de cel lag van klager en dat hetzelfde rook als de waargenomen geur. De klachtencommissie stelt vast dat deze vondst niet vermeld staat in het RAD en slechts voor de eerste keer opduikt tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie meent dan ook dat dit element niet bewijskrachtig is. Klager verklaart dat hij nog aan het slapen was toen de beambten zijn cel binnenkwamen. Het RAD vermeldt niet dat klager op dat moment aan het roken was. Tijdens de naaktfouille en de celcontrole werden geen drugs of restanten van drugs gevonden, noch verpakkingen of attributen die kunnen wijzen op het gebruik van drugs. De klachtencommissie besluit dat de directie, gelet op het vermoeden van onschuld, niet in redelijkheid en billijkheid kon besluiten dat het bezit van of de handel in de door de wet verboden substanties, bewezen was in hoofde van klager. Om deze reden is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre klager hiervoor werd gesanctioneerd. Dit betekent ook dat de vermelding van deze tuchtinbreuk wordt weggelaten uit het dossier van klager. De tuchtrechtelijke veroordeling wegens het niet-naleven van de bepalingen van het huishoudelijk reglement blijft overeind staan aangezien klager het bezit van de USB-stick en de houten spie op geen enkel moment heeft betwist.