Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0278

Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE FEITEN - MOTIVERING

De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in de RAD’s van 3 en 5 september 2025. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte op basis van het RAD.

De directie kwalificeerde de feiten van het gooien van voorwerpen naar het personeel als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De directie kwalificeerde de uitspraken van klager als het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie niet correct. Ze leest in het RAD enkel bedreigingen aan het adres van het personeel, doch geen beledigingen. Deze kwalificatie dient geschrapt te worden.

De directie kwalificeerde de niet-voorgeschreven medicatie als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De directie kwalificeerde de doos met uitwerpselen als het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen (artikel 130, 6° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

Klager pleegde één inbreuk van de eerste categorie en drie inbreuken van de tweede categorie en kreeg hiervoor 25 dagen ATV. De klachtencommissie oordeelt dat deze sanctie wettelijk en redelijk is. Dit is eveneens het geval na schrapping van één inbreuk van de tweede categorie, zoals hierboven aangegeven.

De klacht is gedeeltelijk gegrond. De tuchtbeslissing wordt gedeeltelijk vernietigd (artikel 158, §3, 3° Basiswet) voor wat betreft de inbreuk van het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet) dient geschrapt te worden. De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de overige inbreuken, de motivering en de opgelegde en reeds ondergane tuchtsanctie.