Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0272

Irrecevable KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - MEDISCH

Klager beklaagt zich over een medische problematiek, maar koppelt hieraan een aantal mogelijke oplossingen waarin volgens hem ook de directie een rol kan spelen.

In zoverre de klacht gericht is tegen een beslissing genomen door de tandarts (in verband met welke tandzorg klager (niet) nodig zou hebben), is ze niet ontvankelijk, aangezien medische beslissingen exclusief tot de bevoegdheid van de (tand)arts behoren.

Klager argumenteert dat de directie toch een rol te spelen heeft. Hij meent met name dat de directie toestemming kan geven voor een medische uithaling. Hij zegt dit gehoord te hebben van de verpleging. Uit het verweer van de directie blijkt dat dit niet klopt, en dat dit eveneens een beslissing van de (tand)arts veronderstelt.

Klager meent daarnaast dat de directie hem een occasionele uitgaansvergunning zou kunnen toekennen. Uit het verweer van de directie blijkt dat dit een beslissing van de DDB veronderstelt.

In haar verweer tegen de oorspronkelijke klacht doet de directie zelf een tegenvoorstel teneinde klager in de mogelijkheid te stellen een second opinion te bekomen. Klager dient hiertoe zelf wel het nodige te ondernemen (lees: een aanvraag ‘arts van buiten’ in te dienen).

In zijn aanvullende klacht komt klager enkel terug op de piste van de occasionele uitgaansvergunning. De klachtencommissie acht het echter mogelijk dat klager op het ogenblik van het opstellen van dit aanvullend stuk nog geen kennis had van het verweer van de directie, nu het klachtenbureau van Leuven Centraal op 6 januari 2026 in het kader van een ander dossier liet weten dat ze niet op de hoogte was van de regel dat zij het verweer van de directie ook aan de gedetineerde dient te bezorgen. De advocaat van klager ontving dit verweer in elk geval wel via mail van 2 oktober 2025.

De klachtencommissie kan in het voorliggend dossier in elk geval geen verzuim of weigering om een beslissing te nemen in hoofde van de directie vaststellen.

Ten eerste maakt klager het niet aannemelijk wanneer en op welke wijze hij de directie concreet om een bepaalde beslissing verzocht zou hebben. De toevoeging die hij onderaan zijn aanvullende klacht deed doet de klachtencommissie vermoeden dat hij meent dat hij een en ander via tussenkomst van de klachtencommissie kan bekomen. Ten tweede behoren de oplossingen die klager in zijn klacht voorstelt niet tot de beslissingsbevoegdheid van de directie.

Om die redenen is de klacht niet-ontvankelijk.