KC16/25-0260
Non fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
SCHADE - REKENINGEN
De klachtencommissie wijst erop dat de termijn om klacht in te dienen tegen de initiële beslissing van de directeur om de schade aan klager toe te rekenen, begon te lopen op het ogenblik dat klager hier kennis van had en dat er hier op het moment van indiening van de klacht in het voorliggend dossier (drie maanden later) geen ontvankelijk beklag meer tegen openstond. De klacht, opgesteld op 26 augustus 2025 werd vervolgens ook enkel tijdig ingediend voor wat betreft de afhouding van een (derde) bedrag op 25 augustus 2025. Voor de eerdere afhoudingen is ze volgens de klachtencommissie laattijdig zonder dat klager elementen aanvoert die de laattijdige indiening van zijn klacht kunnen verantwoorden. In het voorliggend dossier was er volgens de klachtencommissie sprake van de afhouding van een bedrag dat door klager verschuldigd was. Aangezien daarbij niet meer dan 40% werd afgehouden van het loon dat klager uitbetaald kreeg (er werd slechts 15% afgehouden), werd artikel 104/1 Basiswet nageleefd. De afhouding was aldus wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie wijst erop dat de termijn om klacht in te dienen tegen de initiële beslissing van de directeur om de schade aan klager toe te rekenen, begon te lopen op het ogenblik dat klager hier kennis van had en dat er hier op het moment van indiening van de klacht in het voorliggend dossier (drie maanden later) geen ontvankelijk beklag meer tegen openstond. De klacht, opgesteld op 26 augustus 2025 werd vervolgens ook enkel tijdig ingediend voor wat betreft de afhouding van een (derde) bedrag op 25 augustus 2025. Voor de eerdere afhoudingen is ze volgens de klachtencommissie laattijdig zonder dat klager elementen aanvoert die de laattijdige indiening van zijn klacht kunnen verantwoorden. In het voorliggend dossier was er volgens de klachtencommissie sprake van de afhouding van een bedrag dat door klager verschuldigd was. Aangezien daarbij niet meer dan 40% werd afgehouden van het loon dat klager uitbetaald kreeg (er werd slechts 15% afgehouden), werd artikel 104/1 Basiswet nageleefd. De afhouding was aldus wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.