Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0206

Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - SNUS

De klacht gaat over de tuchtbeslissing genomen door de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.

De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”, een tuchtinbreuk van eerste categorie, en wegens “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”, een inbreuk van de tweede categorie, en dit naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in het RAD van 24/06/2025.

Gelet op de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de directeur, is de klachtencommissie enkel bevoegd om na te gaan of de feitenvinding zorgvuldig gebeurde, of er werd uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en of de appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze werd uitgeoefend. Wat betreft de gevonden witte capsules, waarvan klager beweert dat het vitaminen zijn, stelt de directie uitdrukkelijk in haar verweer dat zij voor deze vondst niet de categorie ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’ heeft weerhouden, aangezien ze niet kan aantonen dat het om een verboden substantie gaat. Omdat de directie dit echter ook niet kan uitsluiten, werd klager gesanctioneerd voor het onrechtmatig in het bezit hebben van onbekende capsules in zijn verblijfsruimte. Uit het verweer van de directie blijkt dat klager geen aankoopbewijs of originele verpakking kan voorleggen. De klachtencommissie is van oordeel dat het RAD op dit punt duidelijk werd opgesteld en klager niet ontkent dat de capsules aan hem toebehoren. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten de tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid deze tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

Wat betreft de gevonden zuigtabak meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Klager ontkent niet dat het van hem is, maar stelt dat hij het heeft aangetroffen in een jeansbroek die werd binnengebracht met andere kledij. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in de motivering van de tuchtbeslissing vermeld dat ‘snus’ een zuigtabak is in een fijngemalen poedervorm en bij wet verboden is in België. Klager werd gesanctioneerd voor de tuchtrechtelijke inbreuk ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’. De klachtencommissie is van oordeel dat ‘snus’ in België niet op een legale wijze verkocht kan worden, maar dat het bezit ervan niet strafbaar is.

Het bezit van ‘snus’ kan volgens de klachtencommissie dan ook niet leiden tot een tuchtrechtelijke sanctionering onder de tuchtinbreuk van ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’. Aangezien ‘snus’ niet vrij verkrijgbaar is en de verkoop ervan strafbaar is, betreft het naar het oordeel van de klachtencommissie wel onmiskenbaar een niet-toegelaten voorwerp in de gevangenis. Bezit ervan kan dus leiden tot ‘het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 15 dagen ATV voor de samenloop van beide tuchtrechtelijke inbreuken. Aangezien de klachtencommissie de tuchtinbreuk van de eerste categorie vernietigt, blijft enkel de inbreuk ‘het niet naleven van de door of krachtens het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ bestaan. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was.

De klacht is om deze redenen gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden tuchtbeslissing wat betreft de tuchtinbreuk van de eerste categorie, namelijk “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan.