Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0196

Non fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - MEDEPLICHTIGHEID - CAMERABEELDEN

De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing waarbij klager werd gesanctioneerd wegens een vechtpartij.

Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de camerabeelden, zoals ook beschreven in het RAD, het bewijsmateriaal zijn waarop de directie zich heeft gebaseerd. Indien de directeur zich voor het bewezen verklaren van de feiten steunt op camerabeelden moeten deze camerabeelden, in het licht van het recht op tegenspraak, worden getoond aan de gedetineerde. Op basis van het verslag van de hoorzitting stelt de klachtencommissie vast dat de camerabeelden conform het recht op tegenspraak werden getoond aan klager.

De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de verklaringen die klager aflegde tegenover de directie tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, alsook zijn verklaringen tegenover de klachtencommissie, tegenstrijdig zijn met hetgeen op de beelden te zien is. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de feiten kon bewezen verklaren.

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit. Hoewel klager zelf niet agressief was, kan het feitenrelaas beschouwd worden als medeplichtigheid. De directie legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijf dagen ATV en besliste om een voorwaardelijke tuchtsanctie van zeven dagen ATV te herroepen. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernstige agressie die plaatsvond met zware verwondingen als gevolg. Om deze redenen is de klacht ongegrond.