KC16/25-0185
Fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Disciplinaire
TUCHT - PUNTENSYSTEEM - MEDEPLICHTIGHEID
Klager dient klacht in tegen de tuchtbeslissing van 28/05/2025 omdat hij meent dat hij met één van de twee inbreuken niets te maken heeft. Hij stelt dat het niet is omdat hij op een plek stond waar hij niet mocht zijn, dat dat ook betekent dat hij medeplichtig is aan vernieling. Daarnaast meent klager dat hij door de opgelegde punten naast de tuchtbeslissing ook dubbel gestraft wordt en vraagt hij de schrapping van de punten.
De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 28/05/2025 in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee. Er is geen sprake van medeplichtigheid van klager aan de inbreuk 'beschadiging of vernieling van onroerende goederen'. Medeplichtigheid betekent immers dat iemand een bijdrage levert aan een inbreuk die door een ander wordt gepleegd, zonder zelf de dader te zijn. Het feit dat klager nadien de ruimte heeft betreden, wanneer de tuchtrechtelijke inbreuk reeds afgelopen was, kan enkel gekwalificeerd worden als een ander afzonderlijk misdrijf. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan.
Ingevolge de tuchtbeslissing kreeg klager drie punten toegekend. De beslissing om drie punten toe te kennen aan klager had geen wettelijke basis. Bovendien meent de klachtencommissie dat de beslissing tot toekenning van drie punten niet individueel werd gemotiveerd. Om deze redenen is de klacht tegen de punten gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing tot toekenning van drie punten.
Klager dient klacht in tegen de tuchtbeslissing van 28/05/2025 omdat hij meent dat hij met één van de twee inbreuken niets te maken heeft. Hij stelt dat het niet is omdat hij op een plek stond waar hij niet mocht zijn, dat dat ook betekent dat hij medeplichtig is aan vernieling. Daarnaast meent klager dat hij door de opgelegde punten naast de tuchtbeslissing ook dubbel gestraft wordt en vraagt hij de schrapping van de punten.
De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 28/05/2025 in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee. Er is geen sprake van medeplichtigheid van klager aan de inbreuk 'beschadiging of vernieling van onroerende goederen'. Medeplichtigheid betekent immers dat iemand een bijdrage levert aan een inbreuk die door een ander wordt gepleegd, zonder zelf de dader te zijn. Het feit dat klager nadien de ruimte heeft betreden, wanneer de tuchtrechtelijke inbreuk reeds afgelopen was, kan enkel gekwalificeerd worden als een ander afzonderlijk misdrijf. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan.
Ingevolge de tuchtbeslissing kreeg klager drie punten toegekend. De beslissing om drie punten toe te kennen aan klager had geen wettelijke basis. Bovendien meent de klachtencommissie dat de beslissing tot toekenning van drie punten niet individueel werd gemotiveerd. Om deze redenen is de klacht tegen de punten gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing tot toekenning van drie punten.