Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0181

Non fondée Fondée Compensation KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Autre décision directeur
STAKING - WANDELING - HYGIËNE - TEGEMOETKOMING

De klacht gaat over regime-inperkingen ten aanzien van klager tijdens een staking in de gevangenis van Leuven Centraal.

De klachtencommissie is bevoegd om klachten van gedetineerden te behandelen die gericht zijn tegen beslissingen die werden genomen door of namens de directie ten aanzien van de klager. Hiermee wordt gelijkgesteld het verzuim of de weigering van de directie om een beslissing te nemen binnen een wettelijke termijn of, bij het ontbreken daarvan, een redelijke termijn. In het geval van een (niet-spontane) staking, zoals in dit dossier het geval is, dient de directie enkele rechten van gedetineerden te waarborgen. Zo wordt in de wet van 23 maart 2019 bepaald dat, teneinde de veiligheid en de gezondheid van de opgesloten personen te verzekeren, tijdens de gehele duur van de staking wordt voorzien in bepaalde minimumgaranties voor gedetineerden. Dat er geen wandeling en geen mogelijkheid om te douchen werd georganiseerd op de dag van de staking, betreft naar het oordeel van de klachtencommissie dus wel degelijk een klacht die gericht is tegen het verzuim van de directie om maatregelen te nemen die (ook) betrekking hebben op de individuele situatie van klager. Dit verzuim kan evengoed gekwalificeerd worden als een beslissing om geen maatregelen te nemen. In ieder geval meent de klachtencommissie dat de klacht ontvankelijk is.Deze klacht is bovendien ook gericht tegen een verzuim om een beslissing te nemen ten aanzien van klager. De klacht werd bovendien tijdig en op de vereiste wijze ingediend en werd bovendien voldoende gemotiveerd. De klacht is ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht inhoudelijk beoordelen.
De klachtencommissie stelt vast dat de staking niet langer heeft geduurd dan twee dagen. Daarnaast
stelt klager in zijn klachtenformulier enkel dat hij niet kon douchen, maar voert hij niet aan dat hij niet
in de gelegenheid werd gesteld om zijn uiterlijk en zijn lichamelijke hygiëne behoorlijk te verzorgen.
De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat er geen sprake is van een schending van artikel
17, 2° van de wet van 23 maart 20219.

Om deze redenen is de klacht over de douche dan ook ongegrond.Wat betreft het wegvallen van de wandeling, wijst de klachtencommissie erop dat iedere gedetineerde volgens artikel 17, 4° wet van 23 maart 2019 de mogelijkheid moet hebben om minstens één uur in de open lucht te vertoeven. Uit het verweer van de directie blijkt nergens dat klager een wandeling zou hebben gehad of een andere mogelijkheid om minstens één uur in de open lucht te vertoeven.

Het verzuim om in maatregelen te voorzien zodat klager op deze dag een uur in de buitenlucht kon vertoeven, is onwettig. De klacht over de wandeling is bijgevolg gegrond.

De voorwaarden tot toekenning van compensatie zijn vervuld. De klachtencommissie kent aan klager – in overeenstemming met haar eerdere rechtspraak – volgende tegemoetkoming toe: één extra individuele wandeling, door de directie te organiseren binnen een termijn van één maand vanaf de betekening van deze beslissing.