KC16/25-0083
Fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - MOTIVERING
De klachten betreffen een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.
Wat betreft de kwalificatie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” stelt de klachtencommissie vast dat de directie geen melding maakt (noch in haar tuchtbeslissing, noch in haar schriftelijk verweer) van welke voorgeschreven bepalingen geschonden worden door klager. De klachtencommissie stelt tevens vast dat uit de motivering van de tuchtbeslissing niet blijkt welke bepalingen van het huishoudelijk reglement het precies betreft.
Het is belangrijk dat de gedetineerde op basis van de gegeven motivatie begrijpt wat de beslissing inhoudt en waarom deze werd genomen. Klager kon onmogelijk de precieze draagwijdte kennen van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing voor wat betreft voornoemde kwalificatie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” daar de bepalingen van het huishoudelijk reglement die volgens de directie geschonden waren niet werden aangeduid. Deze tuchtinbreuk kan dan ook niet worden weerhouden.
De klachtencommissie draagt de directie daarom op om de kwalificatie van de tuchtsanctie aan te passen in het tuchtregister van klager.
De directie kon de feiten wel omschrijven als “de wederrechtelijke ontvreemding van goederen”. De directie mag in haar motivering van haar beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgesteld RAD. Zij mag op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct door de directie gevolgd werd. Om bovenstaande redenen, zijn de klachten gedeeltelijk gegrond, wat betreft de kwalificatie van de feiten als “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. Voor het overige blijft de tuchtsanctie overeind.
De klachten betreffen een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.
Wat betreft de kwalificatie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” stelt de klachtencommissie vast dat de directie geen melding maakt (noch in haar tuchtbeslissing, noch in haar schriftelijk verweer) van welke voorgeschreven bepalingen geschonden worden door klager. De klachtencommissie stelt tevens vast dat uit de motivering van de tuchtbeslissing niet blijkt welke bepalingen van het huishoudelijk reglement het precies betreft.
Het is belangrijk dat de gedetineerde op basis van de gegeven motivatie begrijpt wat de beslissing inhoudt en waarom deze werd genomen. Klager kon onmogelijk de precieze draagwijdte kennen van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing voor wat betreft voornoemde kwalificatie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” daar de bepalingen van het huishoudelijk reglement die volgens de directie geschonden waren niet werden aangeduid. Deze tuchtinbreuk kan dan ook niet worden weerhouden.
De klachtencommissie draagt de directie daarom op om de kwalificatie van de tuchtsanctie aan te passen in het tuchtregister van klager.
De directie kon de feiten wel omschrijven als “de wederrechtelijke ontvreemding van goederen”. De directie mag in haar motivering van haar beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgesteld RAD. Zij mag op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct door de directie gevolgd werd. Om bovenstaande redenen, zijn de klachten gedeeltelijk gegrond, wat betreft de kwalificatie van de feiten als “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. Voor het overige blijft de tuchtsanctie overeind.