Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0078

Non fondée Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Autre décision directeur Disciplinaire
TUCHT - PUNTENSYSTEEM

De klacht betreft een tuchtbeslissing en de toekenning van vijf punten van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.

Wat de punten betreft, meent de klachtencommissie dat de beslissing tot toekenning van vijf punten bovendien niet individueel werd gemotiveerd. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel de datum van de tuchtbeslissing, het aantal punten en het puntensaldo naderhand worden ingevuld. Deze mededeling is algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom het in het kader van de orde en de veiligheid noodzakelijk was dat klager, bovenop zijn tuchtsanctie, vijf punten kreeg toegekend.

Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing tot toekenning van vijf punten.

Wat de tuchtsanctie betreft, werd klager op 17/03/2025 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens:
- de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee, een tuchtinbreuk van de eerste categorie ,
- het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel, een tuchtinbreuk van tweede categorie,
Gelet op de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de directeur, is de klachtencommissie enkel bevoegd om na te gaan of de feitenvinding zorgvuldig gebeurde, of er werd uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en of de appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze werd uitgeoefend. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ondertekend door een getuige. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Hoewel klager de feiten die in het RAD staan deels ontkent, acht de klachtencommissie het niet onredelijk dat de directie uitging van de vaststellingen in het RAD. Wat betreft de aantasting van de fysieke integriteit, of de bedreiging daarmee, stelt de klachtencommissie vast dat klager de fysieke integriteit van zijn medegedetineerde heeft bedreigd door te roepen dat hij hem in het gezicht zou slaan en daarbij een snijbeweging met zijn vingers te maken. Wat betreft het niet opvolgen van de aanmaningen van het personeel, ontkent klager zelf deze feiten. Uit het RAD blijkt echter dat de PBA klager expliciet heeft aangemaand om zijn provocaties te stoppen, waarop hij niet is ingegaan. Hoewel klager ontkent dat hij deze tuchtinbreuk heeft begaan, acht de klachtencommissie het gerechtvaardigd dat de directie, op basis van het RAD, ervan uitging dat klager deze tuchtinbreuk heeft gepleegd. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zes dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. Daarnaast acht de klachtencommissie de opgelegde sanctie niet onredelijk of onbillijk. Gezien het feit dat klager de afgelopen vier jaar geen tuchtinbreuk heeft begaan, heeft de directie hier terecht rekening mee gehouden en een proportionele sanctie opgelegd. De maatregel van zes dagen ATV blijft ruim binnen de wettelijke marges en houdt rekening met zowel de ernst van de feiten als de achtergrond van klager, waardoor de klachtencommissie deze beslissing als redelijk en billijk beschouwt.
Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.