Ga verder naar de inhoud

KC16/24-0260

Non fondée Fondée Compensation KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure provisoire Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - PUNTENSYSTEEM - MOTIVATIE

De klacht is gericht tegen de voorlopige maatregel van 22.10.2024, de tuchtbeslissing van 24.10.2024 en de vijf punten die klager kreeg opgelegd ingevolge de tuchtbeslissing.

Wat betreft de voorlopige maatregel:
Op 22.10.2024 werden drie RAD’s opgemaakt naar aanleiding van de waarneming van cannabisgeur in de cel van klager. Klager werd onderworpen aan verschillende controles (celcontrole, onderzoek aan de kledij en twee naaktfouilles). Tijdens de eerste naaktfouille zou er een pakketje met een witte substantie op de grond gevallen zijn hetgeen klager opraapte en probeerde naar buiten te gooien. Het pakketje werd nergens gevonden waardoor het personeel het vermoeden had dat klager dit had opgestoken of ingeslikt. Om die reden werd klager voor een tweede maal onderworpen aan een naaktfouille en werd hij onder BBB (observatie) geplaatst. De klachtencommissie stelt vast dat de bestreden beslissing niet conform Collectieve Brief nr. 124 werd ondertekend. Bovendien meent de klachtencommissie dat noch uit de RAD’s, noch uit de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel de voorafgaandelijke tussenkomst van een directielid blijkt. De klachtencommissie besluit dat de klacht gericht is tegen het verzuim van de directie om een beslissing te nemen hoewel op de directie de verplichting rustte tot het nemen van een beslissing op grond van artikel 145 van de Basiswet. De voorlopige maatregel werd opgelegd in strijd met artikel 145 van de Basiswet. Om deze reden is de klacht ontvankelijk en gegrond.

Wat betreft de tuchtbeslissing:
Klager hield vol dat hij geen drugs in zijn bezit had of gebruikt had maar anderzijds verklaarde hij wel dat hij iets weggooide richting het raam en verbeterde hij de directie over het uitzicht van het pakketje waar hij zogezegd niets van af wist. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager. Om deze redenen is de klacht ongegrond.

Wat betreft de punten:
De klachtencommissie treedt de beroepscommissie bij. De beslissing om vijf punten toe te kennen aan klager had geen wettelijke basis. Op het puntenbriefje dat klager ontving, staat: “De directie meldt u dat, ten gevolge van de beslissing van de tuchtsanctie 24.10.2024, 5 punten werden bijgeteld aan uw saldo met betrekking tot het basisregime. Uw saldo bedraagt momenteel 5 punten. Bij een score van 10 punten wordt automatisch tot een overplaatsing naar het basisregime besloten.“ De klachtencommissie meent dat de beslissing tot toekenning van vijf punten bovendien niet individueel werd gemotiveerd. Om deze redenen is de klacht gegrond.