KC16/24-0238
Non fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 04.10.2024, uitgesproken door de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd op 04.10.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden, een tuchtrechtelijke inbreuk van tweede categorie, naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in een rapport aan de directeur (RAD) van 30.09.2024. De directeur nam op 01.10.2024 kennis van het RAD en besloot om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd op 04.10.2024, met bijstand van een advocaat, gehoord door de directie. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager de vaststellingen in het RAD tegenspreekt. Volgens hem had de beambte hem geen vlees gegeven en toen hij de beambte vroeg naar de reden hiervoor, zou ze racistische uitspraken hebben gedaan. Hij vroeg daarom om met een andere, mannelijke, collega te praten. De raadsman van klager geeft toe dat klager zich op een andere manier kon uitdrukken om zijn misnoegen kenbaar te maken maar hij vraagt om het bij een berisping te houden. Volgens klager kan de fatik in zijn voordeel getuigen.
De klachtencommissie is van oordeel dat het RAD duidelijk werd opgesteld en dat uit het RAD blijkt dat klager de beambte heeft beledigd. Het RAD vermeldt als getuige de collega van de opsteller, die daarenboven het RAD ook heeft ondertekend. De klachtencommissie meent dat klager geen overtuigende elementen heeft aangehaald die doen vermoeden dat de vaststellingen in het RAD niet overeenkomen met de realiteit. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en
billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van drie dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was wettig en de klachtencommissie meent dat dit voor een eerste tuchtinbreuk een milde sanctie is. Om deze redenen acht de klachtencommissie de klacht kennelijk ongegrond. De tuchtbeslissing van 04.10.2024 blijft bestaan.
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 04.10.2024, uitgesproken door de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd op 04.10.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden, een tuchtrechtelijke inbreuk van tweede categorie, naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in een rapport aan de directeur (RAD) van 30.09.2024. De directeur nam op 01.10.2024 kennis van het RAD en besloot om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd op 04.10.2024, met bijstand van een advocaat, gehoord door de directie. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager de vaststellingen in het RAD tegenspreekt. Volgens hem had de beambte hem geen vlees gegeven en toen hij de beambte vroeg naar de reden hiervoor, zou ze racistische uitspraken hebben gedaan. Hij vroeg daarom om met een andere, mannelijke, collega te praten. De raadsman van klager geeft toe dat klager zich op een andere manier kon uitdrukken om zijn misnoegen kenbaar te maken maar hij vraagt om het bij een berisping te houden. Volgens klager kan de fatik in zijn voordeel getuigen.
De klachtencommissie is van oordeel dat het RAD duidelijk werd opgesteld en dat uit het RAD blijkt dat klager de beambte heeft beledigd. Het RAD vermeldt als getuige de collega van de opsteller, die daarenboven het RAD ook heeft ondertekend. De klachtencommissie meent dat klager geen overtuigende elementen heeft aangehaald die doen vermoeden dat de vaststellingen in het RAD niet overeenkomen met de realiteit. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en
billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van drie dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was wettig en de klachtencommissie meent dat dit voor een eerste tuchtinbreuk een milde sanctie is. Om deze redenen acht de klachtencommissie de klacht kennelijk ongegrond. De tuchtbeslissing van 04.10.2024 blijft bestaan.