Ga verder naar de inhoud

KC16/24-0235

Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL - CELCONTROLE - FOUILLE OP HET LICHAAM - VERBODEN SUBSTANTIES

De klacht is gericht tegen de voorlopige maatregel van 27.09.2024.

De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Het tuchtdossier bevat een rapport aan de directeur (RAD) van 27.09.2024. Uit dit RAD blijkt dat tijdens een celcontrole in de cel van klager een blokje bruine substantie, 50 cent, een drie meter lange slinger gemaakt van lakens en medicatie werd gevonden. Samen met de opdracht om klager te onderwerpen aan een naaktfouille, besloot de directie vervolgens om klager op voorlopige maatregel te zetten. In afwachting van een tuchtprocedure, moest klager op zijn cel blijven en werd hij uitgesloten van deelname aan alle individuele en gemeenschappelijke activiteiten. De directeur meende immers dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast (1). De voorlopige maatregel werd als volgt gemotiveerd: “Tijdens een celcontrole werden verboden middelen/voorwerpen gevonden. Om die reden zijn we ook overgegaan tot een lichaamsfouille…”.

De hierboven aangehaalde motivering van de voorlopige maatregel verwijst naar het bezit door klager van verboden substanties en voorwerpen, waaronder een blokje bruine substantie waarvan klager in zijn klacht aangeeft dat het hasj zou zijn. De klachtencommissie begrijpt bijgevolg dat de directie op haar hoede was naar aanleiding van deze vondst. De klachtencommissie is van oordeel dat de vondst naar aanleiding van de celcontrole echter geen ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid uitmaakte. De interne veiligheid is immers een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding. Noch in de motivering van de voorlopige maatregel, noch in het RAD wordt vermeld dat er een gevaar was voor de fysieke integriteit van klager zelf, het personeel of andere gedetineerden. Van beschadigingen van goederen of de dreiging daarvoor, was ook geen sprake. De directie stelt in haar verweer dat het bekomen en het gebruik van verboden middelen vaak gepaard gaat met bedreigingen ten aanzien van medegedetineerden, het onder druk zetten van anderen, het opbouwen van schulden,…De klachtencommissie meent dat in dit dossier niet is aangetoond dat hiervan sprake was. De klachtencommissie gaat er ook van uit dat de substantieswerden afgenomen na de ontdekking ervan zodat er geen sprake meer kon zijn van een gevaar.

Om deze reden is de klacht kennelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel van 27.09.2024.