Ga verder naar de inhoud

KC16/24-0220

Non fondée Fondée Compensation KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Autre décision directeur Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - BEVEILIGDE CEL - VOEDING - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - PUNTENSYSTEEM - MOTIVERING

De klacht is gericht tegen het verblijf in de beveiligde cel, de tuchtbeslissing van 01.09.2024 en de tien punten die ingevolge deze tuchtbeslissing werden toegekend door de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.

Wat betreft het verblijf in de beveiligde cel:
De overbrenging naar de beveiligde cel op 30.08.2024 was de uitvoering van de voorlopige maatregel die de directeur had opgelegd omdat zij van oordeel was dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast. Klager verbleef in de beveiligde cel tot aan de mededeling van de tuchtbeslissing op 01.09.2024 om 17u42. Volgens klager heeft hij tijdens één van de twee dagen dat hij verbleef in de beveiligde cel, geen eten gekregen. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt het om 30.08.2024 te gaan. Uit het verweer van de directie blijkt dat de directie de klacht van klager niet ontkent aangezien zij na de tuchtrechtelijke hoorzitting onmiddellijk navraag heeft gedaan bij de PBAP van de vleugel en de keuken en er na de hoorzitting meteen een maaltijd aan klager werd aangeboden. Dit blijkt ook uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting.

Ingevolge het hiervoor besproken artikel uit de Basiswet, is de directie wettelijk verplicht om er voor te zorgen dat klager voldoende maaltijden kreeg terwijl hij in de beveiligde cel verbleef. Het verzaken
aan deze wettelijke verplichting is bijgevolg een schending van een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift. Om deze reden is de klacht kennelijk gegrond.


Wat betreft de tuchtbeslissing van 01.09.2024:
Klager werd op 01.09.2024, met bijstand van een advocaat, gehoord door de directie tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Tijdens de hoorzitting verklaarde klager dat hij speed aangeboden kreeg
van zijn celgenoot en dat hij dit heeft gebruikt. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens:
- de opzettelijke aantasting van de orde
- het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties
- het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort.
De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager gelet op zijn bekentenis dat hij speed had gebruikt en de
vaststellingen in het RAD van 30.08.2024 waaruit blijkt dat klager op verschillende momenten de boel op stelten heeft gezet door lawaai te maken in de beveiligde cel. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van twintig dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig.
De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op zijn drie tuchtrechtelijke voorgaanden in 2024. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.

Wat betreft de tien punten:
Ingevolge de tuchtbeslissing van 01.09.2024, kreeg klager tien punten toegekend. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing niet afdoende was, in die zin dat
ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben, te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8
van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.