Ga verder naar de inhoud

KC16/24-0182

Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Autre décision directeur
ZORGPLICHT

De klacht gaat over het open zetten van de winketten tijdens de hitte.

Klager heeft een klacht ingediend omdat de directie weigerde om zijn winket van zijn celdeur open te zetten tijdens het warme weer in de zomer
De klachtencommissie stelt vast dat de directie deze verklaring van klager niet heeft betwist. Zij stelt in haar verweer louter dat het al dan niet openen van de winketten geen individuele beslissing ten aanzien van klager betreft maar dat dit geldt voor alle gedetineerden. Volgens klager is het beleid zo dat de winketten enkel op de A-vleugel open mogen of wanneer het vijf dagen na elkaar boven de dertig graden is.

Dat klager zich beklaagt over een algemene regel die geldt in de gevangenis, betekent niet dat zijn klacht niet ontvankelijk zou zijn. De Nederlandstalige Beroepscommissie heeft immers al gesteld dat de klacht tegen een algemene regel ontvankelijk is, op voorwaarde dat deze in strijd is met een hogere rechtsnorm.

De klachtencommissie besluit hieruit dat het de verantwoordelijkheid van het inrichtingshoofd is om voorzorgsmaatregelen tijdens de hitte te nemen. Na de ontvangst van de klacht, heeft de klachtencommissie zowel op 09.09.2024 als op 16.09.2024 aan de directie gevraagd of er een hittebeleid bestaat in de gevangenis van Leuven Centraal, zoals dat bestaat in de gevangenis van Merksplas. De klachtencommissie heeft nooit antwoord gekregen. De klachtencommissie besluit hieruit dat de directie geen maatregelen tegen de hitte heeft genomen hoewel zij hiertoe gehouden was op basis van haar zorgplicht uit artikel 5 van de Basiswet. Omwille van het verzuim van de directie, dat bovendien in strijd is met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift, is de klacht ontvankelijk en gegrond.