Ga verder naar de inhoud

KC16/24-0172

Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Autre décision directeur
BEZOEK - ONGESTOORD BEZOEK - KLACHTENPROCEDURE

De klacht is gericht tegen de nieuwe beslissing van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal van 05.07.2024, die de directie moest nemen in uitvoering van de uitspraak van de Beroepscommissie van 13 juni 2024 (BC/23-0310) en waarbij de directie het ongestoord bezoek van
klager met zijn partner nog steeds niet toelaat.

De eerdere uitspraak van de klachtencommissie werd bevestigd in de mate dat de klacht ontvankelijk en gegrond werd verklaard en vernietigd in de mate dat het ongestoord bezoek zonder meer werd toegestaan. De Beroepscommissie droeg de directie op om een nieuwe beslissing te nemen binnen de maand na de betekening van de uitspraak en met inachtneming van de overwegingen, gemaakt door de Beroepscommissie (BC/23-0310). De directie nam op 05.07.2024 een nieuwe beslissing in uitvoering van BC/23-0310. Dit is thans de bestreden beslissing. De klacht werd tijdig ingediend. De klacht is ontvankelijk.

De klachtencommissie heeft de weigeringsbeslissing van 05.07.2024 naast de weigeringsbeslissing van 11.07.2023 gelegd. Behalve enkele zinnen waarin een woord werd toegevoegd of zinnen die anders werden geformuleerd, zijn beide beslissingen identiek met uitzondering van enerzijds een toevoeging waarom men geen rekening houdt met de resultaten van de tegenexpertise en anderzijds een toevoeging over het detentieverloop van klager. In die zin is de directie tegemoetgekomen aan de kritiek van de Beroepscommissie dat in de weigeringsbeslissing minstens gemotiveerd moet worden waarom men rekening houdt met het ene verslag en niet met het andere. De directie stelt de objectiviteit van het psychologisch verslag in vraag omdat de tegenexpertise op vraag van klager werd uitgevoerd. Klager zou in een gesprek met de PSD zelf hebben toegegeven dat enkele resultaten niet klopten. De PSD zou naar eigen zeggen een advies maken op basis van de meest recente instrumenten en instructies. Bovendien heeft de directie het detentiegedrag van klager nu ook in rekening genomen bij haar beoordeling. Zij meent echter dat het detentiegedrag van klager ook te danken is aan de hoge beveiliging, de strikte structuur en het constante toezicht waarbij het element van toezicht net wegvalt tijdens het ongestoord bezoek waardoor dit de situatie zeer onvoorspelbaar en onzeker maakt.

Andere overwegingen die de Beroepscommissie maakte, blijven volgens de klachtencommissie echter onbeantwoord in de nieuwe beslissing. Zo blijkt nergens dat klager werd geconsulteerd en dat de PSD intussen zelf een expertise heeft uitgevoerd op basis van recente meetinstrumenten.
Bijgevolg blijft de directie zich dus baseren op niet-actuele informatie waardoor de directie heeft nagelaten om in haar beslissing te motiveren waarom er nog steeds sprake zou zijn van eenpersoonlijkheid die een contra-indicatie vormt voor de toelating van het ongestoord bezoek. Men
blijft verwijzen naar resultaten van een persoonlijkheidsanalyse die in 2012 werd uitgevoerd. Het resultaat daarvan vormt inderdaad een contra-indicatie maar men heeft sindsdien geen evaluatie gemaakt waardoor men niet kan bevestigen of weerleggen of die persoonlijkheidsanalyse al dan niet gewijzigd is. Nochtans laat de Basiswet enkel toe dat het ongestoord bezoek wordt geweigerd op grond van de persoonlijkheid van de gedetineerde en dit slechts tijdelijk. Zolang men de persoonlijkheid van klager niet opnieuw evalueert en men zich blijft baseren op de
persoonlijkheidsanalyse uit 2012, zal het ongestoord bezoek voortdurend geweigerd worden hetgeen strijdig is met de Basiswet.
De klachtencommissie acht de weigeringsbeslissing onwettig. Om deze reden is de klacht gegrond.
De klachtencommissie vernietigt de beslissing van 05.07.2024.