KC16/24-0169
Non fondée
Fondée
Compensation
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
TUCHT - VOORLOPIGE MAATREGEL - TEGEMOETKOMING
De klachten zijn gericht tegen de voorlopige maatregel en de tuchtbeslissing, opgelegd door de directie van de gevangenis.
Wat betreft de voorlopige maatregel:
De klachtencommissie nam kennis van het tuchtdossier. Uit de twee rapporten aan de directeur die elk opgesteld werden door één van de twee beambten die toezicht hielden op het bezoek op 03.07.2024, blijkt dat een medegedetineerde vanuit de roefelzaal klager kwam opzoeken in de
bezoekzaal. Er ontstond een discussie omtrent een eerdere gebeurtenis die dag. De medegedetineerde werd aangespoord om de bezoekzaal te verlaten. Toen de medegedetineerde op zijn stappen terugkeerde, sprak hij de partner van klager aan, waarop klager recht stond en aanstalten zou gemaakt hebben om de medegedetineerde te slaan. Beide beambten kwamen tussen. Klager haalde uit en raakte hierbij één van de beambten in het aangezicht. Eens de medegedetineerde terug was in de roefelzaal, was het incident onder controle. Klager heeft zich
geëxcuseerd tegenover de beambte en verklaard dat het niet zijn bedoeling was, hetgeen ook herhaald wordt in de observatienota.
De directeur besliste om klager na afloop van het tafelbezoek (15u00) onder voorlopige maatregel te plaatsen. De directie was van oordeel dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast waardoor hij in afwachting van de tuchtrechtelijke hoorzitting verplicht moest verblijven in zijn cel en uitgesloten werd van deelname aan alle individuele en gemeenschappelijke activiteiten.
De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding. Uit de dossierstukken blijkt dat klager
de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast door uit te halen naar de medegedetineerde tijdens het bezoek. De klachtencommissie is echter van oordeel dat in de bestreden beslissing niet werd gemotiveerd waarom de opgelegde veiligheidsmaatregelen noodzakelijk waren en in welke mate zij bijdroegen tot het herstel van de orde en de veiligheid. De klachtencommissie werd immers door het klachtenbureau in kennis gesteld dat beide gedetineerden niet op dezelfde vleugel verbleven op het moment van het incident. Bijgevolg was er geen risico dat beide gedetineerden elkaar na het bezoek en in afwachting van de tuchtprocedure, opnieuw gingen tegenkomen. Tenslotte blijkt uit het RAD ook dat de situatie bedaard was eens beide gedetineerden uit elkaar waren gehaald. Van een verdere dreiging naar het personeel toe, werd ook geen melding gemaakt in het dossier aangezien klager zich meteen had geëxcuseerd naar de beambte in kwestie. Om deze redenen is de klacht tegen de voorlopige maatregel kennelijk gegrond. De klachtencommissie kent als tegemoetkoming één ongestoord bezoek toe.
Wat betreft de tuchtbeslissing:
Klager werd op 05.07.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee en de opzettelijke aantasting van de orde, allebei tuchtinbreuken van eerste categorie.
De klachtencommissie leidt uit deze motivering af dat de directie klager niet heeft gesanctioneerd voor de onopzettelijke slag aan de beambte maar wel voor de dreiging met fysieke agressie naar de medegedetineerde en voor de aantasting van de orde tijdens het bezoek. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager ontkent dat hij een vuistslag wou uitdelen. Hij heeft enkel een handgebaar gemaakt naar de medegedetineerde waarmee hij bedoelde dat hij moest weggaan. De raadsman van klager heeft aan de directie gevraagd om dit te verifiëren via de camerabeelden. Deze verklaring heeft klager ook herhaald in zijn klachtenformulieren.
De klachtencommissie stelt in eerste instantie vast dat er niet betwist wordt dat er een discussie aan de gang was tussen klager en de medegedetineerde tijdens het bezoek en dat deze discussieuitgelopen is tot een incident. Dat de medegedetineerde in eerste instantie in de fout was door aanwezig te zijn in een ruimte waar hij niet moest zijn en zelf het contact op zocht met klager, doet geen afbreuk aan de reactie van klager die niet toelaatbaar was, en al zeker niet gelet op de aanwezigheid van meerdere bezoekers in de ruimte. De klachtencommissie is van oordeel dat de opzettelijke aantasting van de orde alvast bewezen is. Wat betreft de dreiging met fysieke agressie naar de medegedetineerde, stelt de klachtencommissie vast dat in beide rapporten sprake is van ‘aanstalten maken om te slaan’ en ‘probeerde een vuistslag uit te delen’ en geen sprake is van een handgebaar van klager. In het licht van de twee helder opgestelde en uitgebreide RAD’s, acht de klachtencommissie de verklaring van klager ongeloofwaardig. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid ook kon besluiten tot het bewezen zijn van deze tuchtinbreuk.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. Hoewel de raadsman van klager hierom had gevraagd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, heeft de directie geen toelating tot ongestoord bezoek verleend in de tuchtbeslissing. Tijdens ATV is het principe glasbezoek. De directeur kan hiervan afwijken en alsnog de toelating verlenen voor gewoon bezoek, maar is hiertoe niet verplicht.10 De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het feit dat klager op 28.02.2024 reeds werd gesanctioneerd wegens de aantasting van de fysieke integriteit van een medegedetineerde (KC16/24-0056).
Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing kennelijk ongegrond.
De klachten zijn gericht tegen de voorlopige maatregel en de tuchtbeslissing, opgelegd door de directie van de gevangenis.
Wat betreft de voorlopige maatregel:
De klachtencommissie nam kennis van het tuchtdossier. Uit de twee rapporten aan de directeur die elk opgesteld werden door één van de twee beambten die toezicht hielden op het bezoek op 03.07.2024, blijkt dat een medegedetineerde vanuit de roefelzaal klager kwam opzoeken in de
bezoekzaal. Er ontstond een discussie omtrent een eerdere gebeurtenis die dag. De medegedetineerde werd aangespoord om de bezoekzaal te verlaten. Toen de medegedetineerde op zijn stappen terugkeerde, sprak hij de partner van klager aan, waarop klager recht stond en aanstalten zou gemaakt hebben om de medegedetineerde te slaan. Beide beambten kwamen tussen. Klager haalde uit en raakte hierbij één van de beambten in het aangezicht. Eens de medegedetineerde terug was in de roefelzaal, was het incident onder controle. Klager heeft zich
geëxcuseerd tegenover de beambte en verklaard dat het niet zijn bedoeling was, hetgeen ook herhaald wordt in de observatienota.
De directeur besliste om klager na afloop van het tafelbezoek (15u00) onder voorlopige maatregel te plaatsen. De directie was van oordeel dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast waardoor hij in afwachting van de tuchtrechtelijke hoorzitting verplicht moest verblijven in zijn cel en uitgesloten werd van deelname aan alle individuele en gemeenschappelijke activiteiten.
De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding. Uit de dossierstukken blijkt dat klager
de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast door uit te halen naar de medegedetineerde tijdens het bezoek. De klachtencommissie is echter van oordeel dat in de bestreden beslissing niet werd gemotiveerd waarom de opgelegde veiligheidsmaatregelen noodzakelijk waren en in welke mate zij bijdroegen tot het herstel van de orde en de veiligheid. De klachtencommissie werd immers door het klachtenbureau in kennis gesteld dat beide gedetineerden niet op dezelfde vleugel verbleven op het moment van het incident. Bijgevolg was er geen risico dat beide gedetineerden elkaar na het bezoek en in afwachting van de tuchtprocedure, opnieuw gingen tegenkomen. Tenslotte blijkt uit het RAD ook dat de situatie bedaard was eens beide gedetineerden uit elkaar waren gehaald. Van een verdere dreiging naar het personeel toe, werd ook geen melding gemaakt in het dossier aangezien klager zich meteen had geëxcuseerd naar de beambte in kwestie. Om deze redenen is de klacht tegen de voorlopige maatregel kennelijk gegrond. De klachtencommissie kent als tegemoetkoming één ongestoord bezoek toe.
Wat betreft de tuchtbeslissing:
Klager werd op 05.07.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee en de opzettelijke aantasting van de orde, allebei tuchtinbreuken van eerste categorie.
De klachtencommissie leidt uit deze motivering af dat de directie klager niet heeft gesanctioneerd voor de onopzettelijke slag aan de beambte maar wel voor de dreiging met fysieke agressie naar de medegedetineerde en voor de aantasting van de orde tijdens het bezoek. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager ontkent dat hij een vuistslag wou uitdelen. Hij heeft enkel een handgebaar gemaakt naar de medegedetineerde waarmee hij bedoelde dat hij moest weggaan. De raadsman van klager heeft aan de directie gevraagd om dit te verifiëren via de camerabeelden. Deze verklaring heeft klager ook herhaald in zijn klachtenformulieren.
De klachtencommissie stelt in eerste instantie vast dat er niet betwist wordt dat er een discussie aan de gang was tussen klager en de medegedetineerde tijdens het bezoek en dat deze discussieuitgelopen is tot een incident. Dat de medegedetineerde in eerste instantie in de fout was door aanwezig te zijn in een ruimte waar hij niet moest zijn en zelf het contact op zocht met klager, doet geen afbreuk aan de reactie van klager die niet toelaatbaar was, en al zeker niet gelet op de aanwezigheid van meerdere bezoekers in de ruimte. De klachtencommissie is van oordeel dat de opzettelijke aantasting van de orde alvast bewezen is. Wat betreft de dreiging met fysieke agressie naar de medegedetineerde, stelt de klachtencommissie vast dat in beide rapporten sprake is van ‘aanstalten maken om te slaan’ en ‘probeerde een vuistslag uit te delen’ en geen sprake is van een handgebaar van klager. In het licht van de twee helder opgestelde en uitgebreide RAD’s, acht de klachtencommissie de verklaring van klager ongeloofwaardig. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid ook kon besluiten tot het bewezen zijn van deze tuchtinbreuk.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. Hoewel de raadsman van klager hierom had gevraagd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, heeft de directie geen toelating tot ongestoord bezoek verleend in de tuchtbeslissing. Tijdens ATV is het principe glasbezoek. De directeur kan hiervan afwijken en alsnog de toelating verlenen voor gewoon bezoek, maar is hiertoe niet verplicht.10 De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het feit dat klager op 28.02.2024 reeds werd gesanctioneerd wegens de aantasting van de fysieke integriteit van een medegedetineerde (KC16/24-0056).
Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing kennelijk ongegrond.