Ga verder naar de inhoud

KC16/24-0090

Non fondée Fondée Irrecevable KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure provisoire Disciplinaire Pas de décision du directeur Fouille à corps
FOUILLE OP HET LICHAAM - VERBODEN SUBSTANTIES - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - CAMERABEELDEN - MEDEPLICHTIGHEID - PUNTENSYSTEEM - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - MOTIVERING - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - EXTERNE RECHTSPOSITIE

De klachten zijn gericht tegen de naaktfouille van 18.03.2024, de voorlopige maatregel van 18.03.2024, de tuchtbeslissing van 19.03.2024 en de tien punten opgelegd door de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal. De klacht gaat ook over de intrekking van zijn uitgaansvergunningen.

Wat betreft de naaktfouille van 18.03.2024:
Op 18.03.2024 heeft een beambte een RAD opgemaakt over feiten die zich in de namiddag van 18.03.2024 hadden afgespeeld in cel 456 op vleugel E. Volgens het RAD hadden de opsteller en twee collega’s een sterke cannabisgeur waargenomen toen ze langs deze cel liepen. Op vraag van de opsteller kwam de chef van de sectie ook langs en bevestigde de geur. Hierna kwam een gedetineerde uit de cel gewandeld en toen hij zag dat er beambten aan de cel stonden, wou hij terug naar binnen hetgeen hem werd verhinderd door een beambte waarop deze gedetineerde volgens het RAD de beambte aan de kant duwde en de andere gedetineerden die nog aanwezig waren in de cel waarschuwde door te zeggen “cheffen aan de deur”. Hierop begonnen volgens het RAD alle aanwezige gedetineerden zenuwachtig te doen, werd er opgeruimd, werden er dingen uit het raam gesmeten en iets in het toilet gegooid. Volgens het RAD probeerde klager het personeel buiten te houden en duwde hij een beambte uit de cel. Volgens het RAD zei klager dat zij het recht niet hadden om de cel binnen te komen. Klager zou al lachend hebben gezegd dat hij pas terug was van UV en dat ze niets meer zouden vinden. Er werd alarm gegeven en alle aanwezige gedetineerden in de cel werden naar de naakte cel begeleid. Bij aankomst op de vleugel waar de naakte cel is, begon klager volgens het RAD de boel op te hitsen door te roepen en het personeel te verwijten. Hij bedreigde het personeel ook door te zeggen dat hij heel de boel zou laten ontploffen.

De klachtencommissie meent dat de motivering de individuele aanwijzingen bevat waarom de directie het vermoeden had dat klager in het bezit was van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk waren, namelijk cannabis naar aanleiding van de geur ervan waargenomen aan de cel waarin klager zich bevond.
Bovendien is in de beslissing ook aangetoond waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan. Klager had immers de kans gehad om de cannabis te verstoppen op plaatsen die niet gecontroleerd kunnen worden tijdens een onderzoek aan de kledij. De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot het opleggen van een naaktfouille in die omstandigheden wettig was en niet onredelijk of onbillijk. Deze klacht is ongegrond.

Wat betreft de voorlopige maatregel van 18.03.2024:
In gevolge de beslissing van de directie moest klager vanaf 15u30 en in afwachting van een tuchtprocedure, verblijven in zijn cel (klager verbleef op dat moment in het opendeurregime) en was hij uitgesloten van deelname aan alle individuele en gemeenschappelijke activiteiten. Uit de motivering van de voorlopige maatregel en het RAD blijkt dat klager de fysieke integriteit van het bewakend personeel had aangetast door een beambte weg te duwen. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Deze klacht is ongegrond.

Wat betreft de tuchtbeslissing van 19.03.2024:
Klager werd op 18.03.2024 uitgenodigd voor de tuchtrechtelijke hoorzitting van 19.03.2024. Aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt de klachtencommissie vast dat klager elke vaststelling genoteerd in het RAD ontkent. Klager gaf toe dat er gesmoord werd op de cel maar hij deed niet mee. Klager heeft gevraagd om de camerabeelden te consulteren teneinde zijn versie van de feiten te laten bevestigen. Klager ontkende ook dat de rode ballon uit zijn broek was gevallen. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens:
- De opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee
- Het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties

De klachtencommissie meent dat de vaststellingen coherent en helder werden genoteerd door het personeel in de twee rapporten. De klachtencommissie stelt ook geen discrepanties in de vaststellingen vast tussen de verschillende tuchtdossiers van de verschillende betrokkenen. Bovendien werden beide rapporten ondertekend door getuigen hetgeen voor de klachtencommissie een bevestiging is dat de vaststellingen in de RAD’s een correcte weergave zijn van de feiten. Hoewel uit de vaststellingen niet blijkt dat klager zelf drugs heeft gebruikt in de cel, meent de klachtencommissie dat er sprake is van medeplichtigheid. Opdat sprake kan zijn van
medeplichtigheid is een daad van medeplichtigheid vereist. Dit kan enkel het geval zijn wanneer klager de dader zou hebben geholpen in daden die de inbreuk hebben voorbereid, vergemakkelijkt of voltooid. De klachtencommissie meent dat klager daden van medeplichtigheid heeft gesteld door het personeel te verhinderen de cel binnen te komen. Bovendien werd tijdens de naaktfouille opgemerkt dat er een rode ballon uit de broek van klager viel. Naderhand bleek deze ballon naar drugs te ruiken. De klachtencommissie meent dat dit een aanwijzing was dat klager in het bezit is geweest van drugs. De klachtencommissie erkent dat een medegedetineerde tijdens zijn verhoor bij de directie heeft toegegeven dat de rode ballon van hem was en dat hij deze had gevonden tijdens de wandeling, doch dit sluit niet uit dat deze medegedetineerde de ballon heeft doorgegeven aan klager.

De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 23 dagen ATV. Deze klacht is ongegrond.

Wat betreft de toekenning van tien punten:
Op het puntenbriefje dat klager ontving, staat: “De directie meldt u dat, ten gevolge van de beslissing van de tuchtsanctie 19.03.2024, 10 punten werden bijgeteld aan uw saldo met betrekking tot het basisregime. Uw saldo bedraagt momenteel 10 punten. Bij een score van 10 punten wordt automatisch tot een overplaatsing naar het basisregime besloten.“ De klachtencommissie, hierin gesteund door de beroepscommissie, meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van deze beslissing. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel de datum van de tuchtbeslissing, het aantal punten en het puntensaldo naderhand worden ingevuld. Deze mededeling is zeer algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom men een bepaald aantal punten toekent en waarom het noodzakelijk is in het kader van de orde en de veiligheid dat klager, naast de tuchtsanctie, tien punten kreeg toegekend.

De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben, te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de Basiswet.
Om deze redenen is deze klacht gegrond.

Wat betreft de intrekking van de uitgaansvergunningen:
De regeling inzake strafuitvoeringsmodaliteiten, waaronder uitgaansvergunningen, is daarentegen te vinden in de Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf. Deze klacht van klager valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie. Deze klacht is onontvankelijk.