KC16/24-0080
Irrecevable
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID
Klager heeft een klacht ingediend omdat de directie niet heeft geantwoord op zijn rapportbriefje. Klager wou van de directie vernemen waarom hij pas op 01.03.2024 een ontvangstmelding gedateerd op 13.02.2024 ontving.
De Basiswet legt niet op dat een gedetineerde een ontvangstmelding van zijn klacht krijgt. In de Basiswet is enkel bepaald dat na ontvangst van de klacht, een afschrift ervan aan de directeur wordt overgezonden. Er is echter geen termijn bepaald waarin deze ontvangstmelding moet worden afgegeven aan de klager.
De klachtencommissie acht het ook niet onredelijk of onbillijk dat klager zijn ontvangstmelding in dossier KC16/24-0027 pas kreeg samen met het verweer van de directie in dat dossier omdat deze werkwijze toelaat dat hij meteen alle dossierstukken van één dossier ontvangt. De klachtencommissie stelt immers vast dat klager reeds klachten heeft ingediend omdat hij aan de hand van louter het refertenummer van zijn klachtendossier vermeld in de ontvangstmelding niet meer weet waarover zijn klachten gaan.
De klachtencommissie besluit dat er op de directie geen verplichting rustte om te antwoorden op de vraag van klager. Bij gebreke aan een verzuim van de directie in de zin van artikel 148, tweede lid van de Basiswet, besluit de klachtencommissie dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.
Klager heeft een klacht ingediend omdat de directie niet heeft geantwoord op zijn rapportbriefje. Klager wou van de directie vernemen waarom hij pas op 01.03.2024 een ontvangstmelding gedateerd op 13.02.2024 ontving.
De Basiswet legt niet op dat een gedetineerde een ontvangstmelding van zijn klacht krijgt. In de Basiswet is enkel bepaald dat na ontvangst van de klacht, een afschrift ervan aan de directeur wordt overgezonden. Er is echter geen termijn bepaald waarin deze ontvangstmelding moet worden afgegeven aan de klager.
De klachtencommissie acht het ook niet onredelijk of onbillijk dat klager zijn ontvangstmelding in dossier KC16/24-0027 pas kreeg samen met het verweer van de directie in dat dossier omdat deze werkwijze toelaat dat hij meteen alle dossierstukken van één dossier ontvangt. De klachtencommissie stelt immers vast dat klager reeds klachten heeft ingediend omdat hij aan de hand van louter het refertenummer van zijn klachtendossier vermeld in de ontvangstmelding niet meer weet waarover zijn klachten gaan.
De klachtencommissie besluit dat er op de directie geen verplichting rustte om te antwoorden op de vraag van klager. Bij gebreke aan een verzuim van de directie in de zin van artikel 148, tweede lid van de Basiswet, besluit de klachtencommissie dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.