KC16/24-0065
Non fondée
Fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Disciplinaire
TUCHT - CELCONTROLE - VERBODEN SUBSTANTIE - PUNTENSYSTEEM - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - MOTIVERING
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 06.03.2024 en tegen de tien punten die werden opgelegd in gevolge deze tuchtbeslissing.
Wat betreft de tuchtbeslissing van 06.03.2024:
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, een tuchtinbreuk van eerste categorie, naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in het RAD van 03.03.2024.
Gelet op zijn aanwijzing die hij gaf aan het personeel voorafgaand aan de celcontrole, zijn onmiddellijke bekentenis na de vondst die hij daarenboven herhaalde tegenover de directie tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, meent de klachtencommissie dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. Tijdens de zitting van de klachtencommissie wierp klager op dat de directie onvoldoende rekening had gehouden met verklaringen die hij had afgelegd voorafgaand aan de celcontrole, doch moet de klachtencommissie vaststellen dat het verhaal van klager geen steun vindt in het tuchtdossier, noch mocht de klachtencommissie tot op heden documenten van klager of zijn advocaat ontvangen die het verhaal van klager staven.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijftien dagen ATV. Deze sanctie was wettig aangezien de wettelijk toegelaten maximumsanctie voor een tuchtinbreuk van eerste categorie dertig dagen ATV is. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Wat betreft de beslissing tot toekenning van tien punten:
Op het puntenbriefje dat klager ontving, staat: “De directie meldt u dat, ten gevolge van de beslissing van de tuchtsanctie 06.03.2024, 10 punten werden bijgeteld aan uw saldo met betrekking tot het basisregime. Uw saldo bedraagt momenteel 10 punten. Bij een score van 10 punten wordt automatisch tot een overplaatsing naar het basisregime besloten.“
De klachtencommissie, hierin gesteund door de beroepscommissie, meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van deze beslissing. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel de datum van de tuchtbeslissing, het aantal punten en het puntensaldo naderhand worden ingevuld.
Deze mededeling is zeer algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom het in het kader van de orde en de veiligheid noodzakelijk was dat klager tien
punten kreeg terwijl hij al drie jaar in het gesloten regime verbleef. Bovendien werd niet verduidelijkt waarom klager meteen tien punten kreeg toegekend in plaats van vijf punten voor een inbreuk van eerste categorie. In het tuchtdossier worden geen verwijzingen gemaakt naar de vondst van hard drugs of handel in drugs.
De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben, te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht gegrond.
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 06.03.2024 en tegen de tien punten die werden opgelegd in gevolge deze tuchtbeslissing.
Wat betreft de tuchtbeslissing van 06.03.2024:
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, een tuchtinbreuk van eerste categorie, naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in het RAD van 03.03.2024.
Gelet op zijn aanwijzing die hij gaf aan het personeel voorafgaand aan de celcontrole, zijn onmiddellijke bekentenis na de vondst die hij daarenboven herhaalde tegenover de directie tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, meent de klachtencommissie dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. Tijdens de zitting van de klachtencommissie wierp klager op dat de directie onvoldoende rekening had gehouden met verklaringen die hij had afgelegd voorafgaand aan de celcontrole, doch moet de klachtencommissie vaststellen dat het verhaal van klager geen steun vindt in het tuchtdossier, noch mocht de klachtencommissie tot op heden documenten van klager of zijn advocaat ontvangen die het verhaal van klager staven.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijftien dagen ATV. Deze sanctie was wettig aangezien de wettelijk toegelaten maximumsanctie voor een tuchtinbreuk van eerste categorie dertig dagen ATV is. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Wat betreft de beslissing tot toekenning van tien punten:
Op het puntenbriefje dat klager ontving, staat: “De directie meldt u dat, ten gevolge van de beslissing van de tuchtsanctie 06.03.2024, 10 punten werden bijgeteld aan uw saldo met betrekking tot het basisregime. Uw saldo bedraagt momenteel 10 punten. Bij een score van 10 punten wordt automatisch tot een overplaatsing naar het basisregime besloten.“
De klachtencommissie, hierin gesteund door de beroepscommissie, meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van deze beslissing. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel de datum van de tuchtbeslissing, het aantal punten en het puntensaldo naderhand worden ingevuld.
Deze mededeling is zeer algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom het in het kader van de orde en de veiligheid noodzakelijk was dat klager tien
punten kreeg terwijl hij al drie jaar in het gesloten regime verbleef. Bovendien werd niet verduidelijkt waarom klager meteen tien punten kreeg toegekend in plaats van vijf punten voor een inbreuk van eerste categorie. In het tuchtdossier worden geen verwijzingen gemaakt naar de vondst van hard drugs of handel in drugs.
De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben, te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht gegrond.