KC16/24-0021
Fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - VORMING - BEWIJS - PRIVELEVEN
Er werd een RAD opgemaakt door de ICT-verantwoordelijke van de gevangenis van Leuven centraal. Uit het RAD blijkt dat de beambte, naast het maken van een back-up van de gegevens die op de gehuurde laptop van klager stonden, de internethistoriek van klager heeft gecontroleerd. De directeur nam kennis van dit rapport en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd vervolgens tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtinbreuk van tweede categorie. De directie was van oordeel dat klager zijn computer had gebruikt voor activiteiten die niet gerelateerd waren aan zijn opleiding, hetgeen verboden is volgens het nieuw huishoudelijk reglement. Klager heeft hiervoor een bijzondere tuchtsanctie opgelegd gekregen waardoor de gehuurde laptop hem gedurende veertien dagen werd ontnomen.
De klachtencommissie meent te mogen samenvatten dat in casu een tuchtsanctie werd opgelegd omdat de directeur kennis had genomen van een rapport waarin vaststellingen werden genoteerd naar aanleiding van een inhoudelijke controle van de gehuurde laptop door klager. Zodoende is de tuchtbeslissing enkel gebaseerd op de vaststellingen gedaan tijdens deze controle. De klachtencommissie heeft in een gelijkaardig dossier reeds een principieel standpunt ingenomen over de controle van een computer van een gedetineerde. Deze uitspraak werd intussen bevestigd door de beroepscommissie. Aangezien de klachtencommissie meent dat intussen nog niet tegemoet gekomen is aan de kritiek geformuleerd in beide uitspraken, herneemt zij haar redenering.
Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is de doorzoeking van data en de inbeslagname van een computer een inmenging van het recht op eerbiediging van correspondentie. Niet alle inmengingen van het recht op eerbiediging van correspondentie zijn echter strijdig met artikel 8 EVRM. Het EHRM maakt op basis van artikel 8 EVRM, een toets om te oordelen of een inmenging gerechtvaardigd is en dus toch in overeenstemming is met artikel 8 EVRM. Er moet niet alleen een wettelijke bepaling bestaan die een controlemaatregel toelaat. De wettelijke bepaling moet ook van die aard zijn dat deze duidelijk, toegankelijk en voorzienbaar is. Gelet op de invasieve aard van een doorzoeking en een inbeslagname, moet de wettelijke bepaling nauwkeurig en precies zijn. De wetgeving moet bescherming bieden tegen een arbitraire inmenging en moet de omstandigheden en voorwaarden bevatten onder dewelke een controle toegestaan is. Een inmenging is strijdig met artikel 8 EVRM indien in de regelgeving niet bepaald is hoelang de controle duurt, om welke redenen de controle wordt uitgevoerd, het toepassingsgebied of de manier waarop de controle wordt uitgevoerd.
De doorzoeking van de laptop, hetgeen een inmenging van het recht op eerbiediging van correspondentie is, werd dus uitgevoerd op basis van dit reglement. Ingevolge de toets in artikel 8 EVRM en de rechtspraak van het EHRM, in het bijzonder Frérot t. Frankrijk, is de klachtencommissie van oordeel dat de doorzoeking op basis van een reglement opgesteld door de FOD Justitie niet in overeenstemming was met de voorwaarde dat een inmenging een wettelijke basis moet hebben die bovendien nauwkeurig, precies, toegankelijk en voorzienbaar is. Ook het nieuw huishoudelijk reglement van de gevangenis van Leuven centraal bevat geen bepaling die de controle van de laptop van een gedetineerde toelaat en regelt. Er is enkel bepaald dat “in de gevallen waarin specifiek, in het kader van een opleidingsactiviteit, een computer ter beschikking wordt gesteld van de gedetineerde, deze enkel mag gebruikt worden voor opleiding gerelateerde activiteiten. Gedurende de opleidingsactiviteit is het aldus niet toegestaan aan de computer bewerkingen, acties en handelingen te verrichten die geen rechtstreeks verband houden met de opleiding zelf.” De klachtencommissie besluit dat de doorzoeking van de gehuurde laptop van klager een inmenging van het recht op eerbiediging van correspondentie was, die niet gerechtvaardigd was en dus in strijd was met artikel 8 EVRM, een in de gevangenis bindende bepaling van een in België geldend verdrag.
Aangezien de controle van de computer onrechtmatig gebeurde, zijn de vaststellingen die hieruit volgden onrechtmatig verkregen. Een tuchtbeslissing kan niet overeind blijven indien ze enkel gebaseerd is op onrechtmatig verkregen bewijs. Om deze redenen zijn de klachten gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. Artikel 158, §4, eerste lid van de Basiswet bepaalt dat de directeur de gevolgen van de vernietigde beslissing ongedaan maakt. Naast de weglating van deze tucht in het tuchtregister van klager, betekent dit ook dat klager moet vergoed worden voor de huurgelden die hij betaalde voor de computer die hem ten onrechte veertien dagen werd ontnomen.
Er werd een RAD opgemaakt door de ICT-verantwoordelijke van de gevangenis van Leuven centraal. Uit het RAD blijkt dat de beambte, naast het maken van een back-up van de gegevens die op de gehuurde laptop van klager stonden, de internethistoriek van klager heeft gecontroleerd. De directeur nam kennis van dit rapport en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd vervolgens tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtinbreuk van tweede categorie. De directie was van oordeel dat klager zijn computer had gebruikt voor activiteiten die niet gerelateerd waren aan zijn opleiding, hetgeen verboden is volgens het nieuw huishoudelijk reglement. Klager heeft hiervoor een bijzondere tuchtsanctie opgelegd gekregen waardoor de gehuurde laptop hem gedurende veertien dagen werd ontnomen.
De klachtencommissie meent te mogen samenvatten dat in casu een tuchtsanctie werd opgelegd omdat de directeur kennis had genomen van een rapport waarin vaststellingen werden genoteerd naar aanleiding van een inhoudelijke controle van de gehuurde laptop door klager. Zodoende is de tuchtbeslissing enkel gebaseerd op de vaststellingen gedaan tijdens deze controle. De klachtencommissie heeft in een gelijkaardig dossier reeds een principieel standpunt ingenomen over de controle van een computer van een gedetineerde. Deze uitspraak werd intussen bevestigd door de beroepscommissie. Aangezien de klachtencommissie meent dat intussen nog niet tegemoet gekomen is aan de kritiek geformuleerd in beide uitspraken, herneemt zij haar redenering.
Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is de doorzoeking van data en de inbeslagname van een computer een inmenging van het recht op eerbiediging van correspondentie. Niet alle inmengingen van het recht op eerbiediging van correspondentie zijn echter strijdig met artikel 8 EVRM. Het EHRM maakt op basis van artikel 8 EVRM, een toets om te oordelen of een inmenging gerechtvaardigd is en dus toch in overeenstemming is met artikel 8 EVRM. Er moet niet alleen een wettelijke bepaling bestaan die een controlemaatregel toelaat. De wettelijke bepaling moet ook van die aard zijn dat deze duidelijk, toegankelijk en voorzienbaar is. Gelet op de invasieve aard van een doorzoeking en een inbeslagname, moet de wettelijke bepaling nauwkeurig en precies zijn. De wetgeving moet bescherming bieden tegen een arbitraire inmenging en moet de omstandigheden en voorwaarden bevatten onder dewelke een controle toegestaan is. Een inmenging is strijdig met artikel 8 EVRM indien in de regelgeving niet bepaald is hoelang de controle duurt, om welke redenen de controle wordt uitgevoerd, het toepassingsgebied of de manier waarop de controle wordt uitgevoerd.
De doorzoeking van de laptop, hetgeen een inmenging van het recht op eerbiediging van correspondentie is, werd dus uitgevoerd op basis van dit reglement. Ingevolge de toets in artikel 8 EVRM en de rechtspraak van het EHRM, in het bijzonder Frérot t. Frankrijk, is de klachtencommissie van oordeel dat de doorzoeking op basis van een reglement opgesteld door de FOD Justitie niet in overeenstemming was met de voorwaarde dat een inmenging een wettelijke basis moet hebben die bovendien nauwkeurig, precies, toegankelijk en voorzienbaar is. Ook het nieuw huishoudelijk reglement van de gevangenis van Leuven centraal bevat geen bepaling die de controle van de laptop van een gedetineerde toelaat en regelt. Er is enkel bepaald dat “in de gevallen waarin specifiek, in het kader van een opleidingsactiviteit, een computer ter beschikking wordt gesteld van de gedetineerde, deze enkel mag gebruikt worden voor opleiding gerelateerde activiteiten. Gedurende de opleidingsactiviteit is het aldus niet toegestaan aan de computer bewerkingen, acties en handelingen te verrichten die geen rechtstreeks verband houden met de opleiding zelf.” De klachtencommissie besluit dat de doorzoeking van de gehuurde laptop van klager een inmenging van het recht op eerbiediging van correspondentie was, die niet gerechtvaardigd was en dus in strijd was met artikel 8 EVRM, een in de gevangenis bindende bepaling van een in België geldend verdrag.
Aangezien de controle van de computer onrechtmatig gebeurde, zijn de vaststellingen die hieruit volgden onrechtmatig verkregen. Een tuchtbeslissing kan niet overeind blijven indien ze enkel gebaseerd is op onrechtmatig verkregen bewijs. Om deze redenen zijn de klachten gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. Artikel 158, §4, eerste lid van de Basiswet bepaalt dat de directeur de gevolgen van de vernietigde beslissing ongedaan maakt. Naast de weglating van deze tucht in het tuchtregister van klager, betekent dit ook dat klager moet vergoed worden voor de huurgelden die hij betaalde voor de computer die hem ten onrechte veertien dagen werd ontnomen.