Ga verder naar de inhoud

KC16/24-0008

Non fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

De klacht betreft de tuchtbeslissing van 10.01.2024 van de directie van de gevangenis.

De klachtencommissie heeft kennis genomen van het tuchtdossier. Klager werd op 10.01.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties wegens het rapport aan de directeur (RAD) van 09.01.2024. In het RAD staat beschreven hoe de opsteller van het RAD een zeer indringende hasjgeur vaststelde op de cel van klager. Klager zou vermoedelijk ook hasj hebben ingeslikt. Een collega van de opsteller bevestigde de hasjgeur op cel.

Op basis van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting, stelt de klachtencommissie vast dat klager aan de directie verklaarde dat hij een paar uur vooraleer de beambte hem kwam ophalen voor de zitting van de strafuitvoeringsrechtbank, een joint had gerookt. Volgens klager kon dat de reden zijn voor de geur. Klager ontkent echter iets te hebben ingeslikt. Aangezien klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, in zijn klacht en tijdens de zitting van de klachtencommissie verklaarde een joint te hebben gerookt voorafgaandelijk aan het RAD, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie de feiten in redelijkheid en billijkheid kon bewezen verklaren in hoofde van klager. Het roken van een joint, impliceert het gebruik van wiet, hetgeen een wettelijk verboden substantie is, en impliceert nu eenmaal het bezit ervan hetgeen een wettelijk omschreven tuchtrechtelijke inbreuk van eerste categorie uitmaakt.

Klager kreeg een sanctie van 21 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie wettig was. Bovendien meent de klachtencommissie dat de tuchtsanctie niet onredelijk of onbillijk was gelet op de tuchtrechtelijke voorgaande voor drugs van 06.06.2023. Deze tuchtinbreuk staat vermeld in het tuchtregister van klager. Indien klager meende dat hij hiervoor onterecht was gesanctioneerd, had hij hiertegen een klacht moeten indienen. Om deze redenen is de klacht ongegrond.