Ga verder naar de inhoud

KC16/23-0125

Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Autre décision directeur Disciplinaire
TUCHT - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT - MOTIVERING - PUNTENSYSTEEM

Gelet op de bekentenis van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting dat de gevonden USB-stick van hem was en gelet op de inhoud van zijn klachtenformulier, meent de klachtencommissie dat klager de tuchtinbreuk en bijgevolg het opleggen van een sanctie niet betwist. Klager beklaagt zich echter over de fouten in de tuchtbeslissing en het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie beperkt haar onderzoek bijgevolg tot de wettelijkheid en redelijkheid van deze vergissingen.

Klager beklaagt zich over drie vergissingen :

1. Op het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting staat vermeld dat klager niet werd bijgestaan door een advocaat terwijl de naam van de advocaat wel staat ingevuld en deze advocaat daadwerkelijk aanwezig was tijdens de zitting aangezien zijn opmerkingen werden genoteerd in het verslag. De klachtencommissie is van oordeel dat deze vergissing niet van die aard is dat deze de wettigheid van de tuchtprocedure aantast. Klager heeft immers kunnen genieten van zijn recht op bijstand van een advocaat zoals gewaarborgd in de Basiswet.
2. Bovenaan de tuchtbeslissing staat in het vet aangeduid dat er zowel tuchtinbreuken van eerste categorie als tweede categorie weerhouden worden. Nochtans werd verder in de tuchtbeslissing enkel een tuchtinbreuk van tweede categorie weerhouden, namelijk het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. De directie heeft deze vergissing toegegeven. Een tuchtbeslissing moet zorgvuldig worden opgesteld en de gedetineerde moet begrijpen wat de beslissing inhoudt en waarom deze werd genomen.
3. De motivering van de tuchtbeslissing is tegenstrijdig. Enerzijds wordt verwezen naar de bekentenis van klager en zijn gelijkaardige tuchtrechtelijke voorgaanden die een effectieve straf rechtvaardigen en anderzijds staat geschreven dat de uitleg van klager wordt aanvaard en dat er geen sanctie wordt opgelegd. Dergelijke motivering voldoet niet aan de motiveringsplicht van de Basiswet aangezien klager zodoende onmogelijk de precieze draagwijdte kon kennen van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. Aangezien de gecorrigeerde tuchtbeslissing niet werd genomen door de directeur, is deze gecorrigeerde beslissing niet rechtsgeldig. Bijgevolg vernietigt de klachtencommissie de tuchtbeslissing in zoverre een tuchtinbreuk van eerste categorie werd weerhouden en schrapt zij een passage uit de motivering van de tuchtbeslissing. De gedeeltelijke vernietiging heeft weliswaar geen invloed op de wettelijk toegestane maximum sanctie. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie kan maximaal vijftien dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie van tien dagen ATV wettig was. Bovendien is de tuchtsanctie niet onredelijk of onbillijk gelet op de gelijkaardige tuchtrechtelijke voorgaanden van klager.


Naar aanleiding van de tuchtbeslissing, kreeg klager vijf punten toegekend conform de brochure basisregime. De  directie  blijft van oordeel dat het toekennen van punten het automatische gevolg is van het plegen van een bepaalde tuchtinbreuk – en dit op basis van de brochure basisregime– en dus geen voorafgaande individuele beoordeling van de gevangenisdirecteur veronderstelt. De klachtencommissie en recent ook de Beroepscommissie zijn echter een andere mening toegedaan. De toewijzing van een verblijfsruimte aan een gedetineerde is de bevoegdheid van de directie. De beslissing om een gedetineerde van het ene naar het andere regime over te plaatsen, is inherent een geïndividualiseerde beslissing die een welbepaalde gedetineerde  (be)treft. Ook al giet de directie  haar beslissingsbevoegdheid omtrent cel- en regimemutaties in algemene richtlijnen die automatisch uitwerking  zouden  vinden, in casu het puntensysteem, betekent dit niet  dat  de directie  hierdoor  het  toezicht  van de klachtencommissie ontloopt.  De Beroepscommissie bevestigde op 13 juli 2023 voor het eerst de rechtspraak van de klachtencommissie van Leuven – centraal die beslissingen inzake het puntensysteem ontvankelijk verklaart. De klachtencommissie besluit dat de toekenning van vijf punten een individuele beslissing van de directeur was.  

Naast het ontbreken van een wettelijke grondslag voor het puntensysteem, is de directie verplicht om al haar beslissingen genomen in het kader van de Basiswet, te motiveren. De gevangenisdirectie moet in haar beslissing de juridische en feitelijke overwegingen die ten grondslag liggen aan de beslissing afdoende motiveren. De klachtencommissie meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van de beslissing. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel het aantal punten naderhand wordt ingevuld. Deze mededeling is zeer algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom men een bepaald aantal punten toekent of waarom men een gedetineerde overplaatst naar een gesloten regime. Enkel benoemen welke inbreuk aanleiding gegeven heeft, volstaat niet. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben, te begrijpen. De beslissing voldoet bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht gegrond. De beslissing tot toekenning van vijf punten wordt vernietigd. Ten gevolge van de vernietiging van de beslissing, worden de gevolgen van de beslissing door de directeur ongedaan gemaakt.