KC16/23-0117
Non fondée
Fondée
Irrecevable
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Mesure provisoire
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT
De klacht betreft de rapporten aan de directeur (RAD) van 25.07.2023, de voorlopige maatregel van 25.07.2023 en de beslissing van 26.07.2023 van de directie van de gevangenis van Leuven – centraal om een tuchtprocedure op te starten.
Wat betreft de RAD’s van 25.07.2023:
Wanneer een lid van het personeel een feit vaststelt waarvan het vermoedt dat het een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakt, stelt hij een rapport op voor de directeur.2 Het opmaken van een RAD is bijgevolg een beslissing van een personeelslid en niet van de directeur. De klacht tegen de RAD’s is bijgevolg onontvankelijk.
Wat betreft de voorlopige maatregel van 25.07.2023:
Volgens de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel had klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk aangetast omwille van zijn betrokkenheid bij een vechtpartij op de wandeling en omdat hij tijdens de begeleiding naar zijn cel enorm opgejaagd was en hij na verschillende aanmaningen niet wou kalmeren. De afwezigheid van de handtekening van een directielid op de bestreden beslissing, de niet-naleving van de vormvereiste uit CB nr. 124 en tenslotte de vermelding in het RAD “dat we hem voorlopig even op cel gingen plaatsen”, doen de klachtencommissie besluiten dat de voorlopige maatregel niet werd opgelegd door een bevoegd persoon, namelijk een directielid, zodat de beslissing in strijd is met de Basiswet. Gelet op het verzuim van de directie om een beslissing te nemen, is de klacht ontvankelijk en gegrond.
Wat betreft de beslissing van 26.07.2023 om een tuchtprocedure op te starten:
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing om een tuchtprocedure op te starten niet onredelijk of onbillijk was gelet op de duidelijke vaststellingen in het RAD opgemaakt door de adjudant waaruit bleek dat klager de orde had aangetast tijdens de overbrenging van de wandeling naar zijn cel. De klacht is ongegrond.
De klacht betreft de rapporten aan de directeur (RAD) van 25.07.2023, de voorlopige maatregel van 25.07.2023 en de beslissing van 26.07.2023 van de directie van de gevangenis van Leuven – centraal om een tuchtprocedure op te starten.
Wat betreft de RAD’s van 25.07.2023:
Wanneer een lid van het personeel een feit vaststelt waarvan het vermoedt dat het een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakt, stelt hij een rapport op voor de directeur.2 Het opmaken van een RAD is bijgevolg een beslissing van een personeelslid en niet van de directeur. De klacht tegen de RAD’s is bijgevolg onontvankelijk.
Wat betreft de voorlopige maatregel van 25.07.2023:
Volgens de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel had klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk aangetast omwille van zijn betrokkenheid bij een vechtpartij op de wandeling en omdat hij tijdens de begeleiding naar zijn cel enorm opgejaagd was en hij na verschillende aanmaningen niet wou kalmeren. De afwezigheid van de handtekening van een directielid op de bestreden beslissing, de niet-naleving van de vormvereiste uit CB nr. 124 en tenslotte de vermelding in het RAD “dat we hem voorlopig even op cel gingen plaatsen”, doen de klachtencommissie besluiten dat de voorlopige maatregel niet werd opgelegd door een bevoegd persoon, namelijk een directielid, zodat de beslissing in strijd is met de Basiswet. Gelet op het verzuim van de directie om een beslissing te nemen, is de klacht ontvankelijk en gegrond.
Wat betreft de beslissing van 26.07.2023 om een tuchtprocedure op te starten:
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing om een tuchtprocedure op te starten niet onredelijk of onbillijk was gelet op de duidelijke vaststellingen in het RAD opgemaakt door de adjudant waaruit bleek dat klager de orde had aangetast tijdens de overbrenging van de wandeling naar zijn cel. De klacht is ongegrond.