KC16/23-0076
Non fondée
Fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Disciplinaire
TUCHT - PUNTENSYSTEEM - MOTIVERING
De klacht betreft de tuchtbeslissing en de beslissing tot het opleggen van vijf punten van de directie van de gevangenis.
Wat betreft de tuchtbeslissing:
Wanneer een lid van het personeel een feit vaststelt waarvan hij vermoedt dat het een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakt, stelt hij een rapport op voor de directeur. De directeur laat zich verder alle nuttige informatie bezorgen voor de beoordeling van de zaak. In casu heeft een personeelslid het RAD opgemaakt, werd het bovendien ondertekend door twee getuigen en nam de directeur er kennis van.De directeur oordeelt vervolgens over het bewezen zijn van de feiten en dus over de vraag of de
voorgelegde gegevens, in casu het RAD, volstaan om de ten laste gelegde feiten voor bewezen te houden.
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het RAD. De klachtencommissie meent dat dit rapport uitgebreide en gedetailleerde vaststellingen bevat. Bovendien werd het rapport ondertekend door twee getuigen. De klachtencommissie is verder van oordeel dat de directie het dossier zorgvuldig heeft onderzocht door de verklaringen van beide gedetineerden te vergelijken en te toetsen aan hun verwondingen. Bovendien heeft de directeur tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting
aan klager uitgelegd waarom zij het niet opportuun acht om de andere gedetineerden die aanwezig waren op het afscheidsfeestje te horen als getuige. De directie heeft dit herhaald tijdens de zitting van de klachtencommissie. De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijf dagen ATV. Voor een inbreuk van eerste categorie is de maximale sanctie dertig dagen waardoor de sanctie wettig is. Gelet op de ernst van het incident is de sanctie bovendien niet onredelijk of onbillijk. Om deze redenen is
de klacht ongegrond.
Wat betreft de toekenning van vijf punten:
De directie blijft van oordeel dat het toekennen van punten het automatische gevolg is van het plegen van een bepaalde tuchtinbreuk – en dit op basis van de brochure basisregime– en dus geen voorafgaande individuele beoordeling van de gevangenisdirecteur veronderstelt. De toekenning van punten is volgens haar niet meer dan de loutere toepassing van de brochure basisregime. De klachtencommissie is een andere mening toegedaan. De beslissing om een gedetineerde van het ene naar het andere regime over te plaatsen, is inherent een geïndividualiseerde beslissing die een welbepaalde gedetineerde (be)treft. Ook al giet de directie haar beslissingsbevoegdheid omtrent cel- en regimemutaties in algemene richtlijnen die automatisch uitwerking zouden vinden, in casu het puntensysteem, betekent dit niet dat de directie hierdoor het toezicht van de klachtencommissie ontloopt. De toekenning van punten blijft bijgevolg onmiskenbaar een beslissing van de directie ten aanzien van een individuele gedetineerde, klager. Dit wordt bevestigd door de onlosmakelijke verknochtheid tussen het puntensysteem en de tuchtprocedure. De directie stelt immers dat “iedere gedetineerde die één van de tuchtrechtelijke inbreuken pleegt die worden weerhouden in het basisregime, punten krijgt toebedeeld.” Wanneer de directie dus een tuchtbeslissing neemt, in casu de tuchtbeslissing, neemt zij daardoor ook onmiddellijk in dat concrete, individuele geval een beslissing over de toegekende punten. De klachtencommissie besluit dat de toekenning van vijf punten een individuele beslissing van de directeur was. De klacht is ontvankelijk, zodat de klachtencommissie overgaat tot het onderzoek ten gronde.
De klachtencommissie meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van de beslissing. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel het aantal punten naderhand wordt ingevuld. De motivering is bijgevolg niet geïndividualiseerd. De klachtencommissie besluit dat de motivering niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben te begrijpen. De beslissing voldoet
bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de basiswet. De Basiswet bepaalt bovendien dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen het puntensysteem en de tuchtprocedure. Zij is hierin steeds duidelijk geweest: “wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten toegekend.” Maar voor de afhandeling van tuchtinbreuken riep de Basiswet net een geformaliseerde tuchtprocedure in het leven.
De klachtencommissie is van oordeel dat de toekenning van punten een tuchtsanctie is, die niet voorzien is in de Basiswet. Het oordeel van de klachtencommissie wordt bevestigd in het ambtshalve advies van de CTRG betreffende het huishoudelijk reglement (algemeen gedeelte) van de gevangenissen, goedgekeurd op 20.10.2022.20
Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.
De klacht betreft de tuchtbeslissing en de beslissing tot het opleggen van vijf punten van de directie van de gevangenis.
Wat betreft de tuchtbeslissing:
Wanneer een lid van het personeel een feit vaststelt waarvan hij vermoedt dat het een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakt, stelt hij een rapport op voor de directeur. De directeur laat zich verder alle nuttige informatie bezorgen voor de beoordeling van de zaak. In casu heeft een personeelslid het RAD opgemaakt, werd het bovendien ondertekend door twee getuigen en nam de directeur er kennis van.De directeur oordeelt vervolgens over het bewezen zijn van de feiten en dus over de vraag of de
voorgelegde gegevens, in casu het RAD, volstaan om de ten laste gelegde feiten voor bewezen te houden.
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het RAD. De klachtencommissie meent dat dit rapport uitgebreide en gedetailleerde vaststellingen bevat. Bovendien werd het rapport ondertekend door twee getuigen. De klachtencommissie is verder van oordeel dat de directie het dossier zorgvuldig heeft onderzocht door de verklaringen van beide gedetineerden te vergelijken en te toetsen aan hun verwondingen. Bovendien heeft de directeur tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting
aan klager uitgelegd waarom zij het niet opportuun acht om de andere gedetineerden die aanwezig waren op het afscheidsfeestje te horen als getuige. De directie heeft dit herhaald tijdens de zitting van de klachtencommissie. De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijf dagen ATV. Voor een inbreuk van eerste categorie is de maximale sanctie dertig dagen waardoor de sanctie wettig is. Gelet op de ernst van het incident is de sanctie bovendien niet onredelijk of onbillijk. Om deze redenen is
de klacht ongegrond.
Wat betreft de toekenning van vijf punten:
De directie blijft van oordeel dat het toekennen van punten het automatische gevolg is van het plegen van een bepaalde tuchtinbreuk – en dit op basis van de brochure basisregime– en dus geen voorafgaande individuele beoordeling van de gevangenisdirecteur veronderstelt. De toekenning van punten is volgens haar niet meer dan de loutere toepassing van de brochure basisregime. De klachtencommissie is een andere mening toegedaan. De beslissing om een gedetineerde van het ene naar het andere regime over te plaatsen, is inherent een geïndividualiseerde beslissing die een welbepaalde gedetineerde (be)treft. Ook al giet de directie haar beslissingsbevoegdheid omtrent cel- en regimemutaties in algemene richtlijnen die automatisch uitwerking zouden vinden, in casu het puntensysteem, betekent dit niet dat de directie hierdoor het toezicht van de klachtencommissie ontloopt. De toekenning van punten blijft bijgevolg onmiskenbaar een beslissing van de directie ten aanzien van een individuele gedetineerde, klager. Dit wordt bevestigd door de onlosmakelijke verknochtheid tussen het puntensysteem en de tuchtprocedure. De directie stelt immers dat “iedere gedetineerde die één van de tuchtrechtelijke inbreuken pleegt die worden weerhouden in het basisregime, punten krijgt toebedeeld.” Wanneer de directie dus een tuchtbeslissing neemt, in casu de tuchtbeslissing, neemt zij daardoor ook onmiddellijk in dat concrete, individuele geval een beslissing over de toegekende punten. De klachtencommissie besluit dat de toekenning van vijf punten een individuele beslissing van de directeur was. De klacht is ontvankelijk, zodat de klachtencommissie overgaat tot het onderzoek ten gronde.
De klachtencommissie meent dat niet voldoende aandacht werd besteed aan de motivering van de beslissing. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel het aantal punten naderhand wordt ingevuld. De motivering is bijgevolg niet geïndividualiseerd. De klachtencommissie besluit dat de motivering niet afdoende was, in die zin dat ze de gedetineerde niet in staat stelde om de beslissing en de motieven die tot de beslissing geleid hebben te begrijpen. De beslissing voldoet
bijgevolg niet aan de vereiste zoals gesteld in artikel 8 van de basiswet. De Basiswet bepaalt bovendien dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen het puntensysteem en de tuchtprocedure. Zij is hierin steeds duidelijk geweest: “wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten toegekend.” Maar voor de afhandeling van tuchtinbreuken riep de Basiswet net een geformaliseerde tuchtprocedure in het leven.
De klachtencommissie is van oordeel dat de toekenning van punten een tuchtsanctie is, die niet voorzien is in de Basiswet. Het oordeel van de klachtencommissie wordt bevestigd in het ambtshalve advies van de CTRG betreffende het huishoudelijk reglement (algemeen gedeelte) van de gevangenissen, goedgekeurd op 20.10.2022.20
Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.