Ga verder naar de inhoud

KC16/23-0052

Non fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgesteld door de toezichthouder van de wandeling in de namiddag. Tijdens de observatie in de erker zag opsteller op de wandelkoer een woordenwissel tussen vier gedetineerden. Hierbij nam klager de nek vast van een medegedetineerde waarbij deze zich wou losmaken en neer kwam op de bank. Ondertussen had opsteller reeds op het alarm geduwd waarop de gedetineerden zich onmiddellijk verspreidden.
De directeur nam kennis van het rapport en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager en zijn advocate werden uitgenodigd voor de tuchtrechtelijke hoorzitting.

Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkent klager dat hij een medegedetineerde heeft geslagen. Hij verklaart dat als hij iemand zou hebben geslagen, diegene zeker naar de dokter of het ziekenhuis zou moeten gaan. Alles is gebeurd onder het dak waardoor niets zichtbaar is. De vaststellingen van de penitentiair beambte kloppen volgens klager niet.
De directie achtte de feiten echter bewezen en kwalificeerde deze als:
- de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (eerste categorie) en
- het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (tweede categorie).

De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het RAD. De klachtencommissie is van oordeel dat er geen enkele aanwijzing voorhanden is waaruit blijkt dat de in het RAD weergegeven feiten niet met de realiteit zouden stroken. De klachtencommissie ziet dan ook geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon bewezen verklaren.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van twaalf dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden. De tuchtsanctie is bijgevolg wettig. Gelet op de ernst van de feiten, is de klachtencommissie van oordeel dat de tuchtsanctie ook niet onredelijk of onbillijk is. Om deze redenen is de klacht ongegrond.